+32 9 334 94 70

September 2018

Monthly Archives

Bridgen en schaken, geen sporten in het kader van de BTW

Circulaire 2018/C/84 over de BTW-vrijstelling inzake sport

De FOD Financiën vaardigde recent een circulaire uit die inhoudt dat activiteiten met een niet te verwaarlozen lichamelijk component sport zijn en dus vallen onder de vrijstelling van het Wetboek BTW over de Btw-vrijstelling inzake sport [1]. De belastingautoriteit hanteert met andere woorden een nieuwe definitie van sport. Vanaf 1 januari 2019 zal men bridgen en schaken dus niet als een sport beschouwen in het kader van BTW. Dit kwam er naar aanleiding van een recent arrest van het Hof van Justitie.

The English Bridge Union en het HvJ

In het arrest van 26 oktober 2017 gaf het Hof van Justitie een definitie met betrekking tot het begrip sport in de zin van artikel 132, lid 1, m) van de btw-richtlijn [2]. Dit arrest kwam er naar aanleiding van een discussie tussen the English Bridge Union en de belastingdienst van het Verenigd Koninkrijk. De discussie betrof de vraag of bridge al dan niet een sport was in het kader van btw.

In de conclusie van advocaat-generaal SZPUNAR[3] werd vergeleken wat door de belastingautoriteiten in verschillende lidstaten als sport behandeld wordt. De conclusie was dat er geen uniformiteit te bespeuren was. Waar wedstrijdbridge in België, Denemarken, Frankrijk, Nederland en Oostenrijk een sport is, wordt dat niet zo gezien in Ierland en Zweden. Ook schaken wordt in sommige lidstaten zoals België en Italië als sport gezien, maar in Duitsland dan weer niet.

Volgens het Hof kan men slechts van een sport spreken als er een niet te verwaarlozen lichamelijk component aanwezig is, hierbij verwijzend naar de achterliggende bedoeling van het begrip “sport” in de omgangstaal. ‘Bridge is een activiteit die de geestelijke en lichamelijke gezondheid van de beoefenaar ten goede komt, maar dat volstaat niet om te spreken van ‘sport’ in deze context’, zo dus het Hof van Justitie. Sport moet strikt worden uitgelegd en uit de systematische en teleologische uitlegging van de btw-richtlijn komt het Hof tot de conclusie dat het begrip slaat op ‘activiteiten die worden gekenmerkt door een niet te verwaarlozen lichamelijke component’. Om deze reden valt bridge dus niet te begrijpen onder sport.

Een nieuwe definitie van sport

Naar aanleiding van dit arrest heeft men recentelijk op Belgisch niveau de voormelde circulaire uitgevaardigd met de voormelde nieuwe definitie van sport. Deze circulaire houdt in dat vanaf 1 januari 2019 de sporten waar een niet te verwaarlozen lichamelijk component aanwezig is, onder de vrijstelling van het BTW-Wetboek vallen. Waar de advocaat-generaal in zijn conclusie aanhaalde dat in België wedstrijdbridge door de belastingautoriteit als sport wordt aanzien, zal dat in de toekomst dus niet meer zo zijn. Dit heeft onder andere gevolgen voor de toepassing van de vrijstellingsregeling voorzien in artikel 44 van het wetboek btw.

 

[1] Circulaire 2018/C/84 over de Btw-vrijstelling inzake sport.

[2] HvJ 26 oktober 2017, nr. C-90/16, ECLI:EU:C:2017:814, The English Bridge Union Limited/Commissioners for Her Majesty’s Revenu & Customs.

[3] Concl. M. SZPUNAR bij HvJ 15 juni 2017, C-90/16.

 

Dit artikel werd geschreven door onze zomerstagiair Elodie Blancke.