+32 9 334 94 70

September 2019

Monthly Archives

De sportclub en het UBO-register

Wat is het UBO-register?

Het UBO-register is een gevolg van een Europese Richtlijn en de hieruit ontstane Belgische Wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik in contanten.

Op basis hiervan trad op 31 oktober 2018 hetKoninklijk Besluit van 30 juli 2018 in werking dat de modaliteiten van het zogenaamde UBO-register regelt. UBO staat voor Ultimate Beneficial Owner of de Uiteindelijke Begunstigde Eigenaar.

Het komt er concreet op neer dat de FOD Financiën een centraal register heeft aangemaakt waarin alle ondernemingen de identiteit moeten opgeven van de “uiteindelijke begunstigden” van de onderneming en dit ter voorkoming van witwassen en de financiering van terrorisme. Op deze manier krijgen de bevoegde instanties, zoals de politiediensten en de fiscus, meer inzicht in de vennootschappen, hun eigenaars en de geldstromen.

Welke sportclub moet het UBO-register  invullen?

Alle rechtspersonen, waaronder vennootschappen, VZW’s en stichtingen, moeten het UBO-register invullen.

Alle sportclubs of sportfederaties die opereren onder de vorm van een VZW zullen het UBO-register dienen in te vullen.

Ook grotere sportorganisaties die werken via een NV, zoals een aantal grote voetbalclubs, zullen het UBO-register moeten invullen.

Wat met de sportclub als feitelijke vereniging?

Sportclubs die opereren onder de vorm van een feitelijke vereniging dienen het UBO-register niet in te vullen.

Feitelijke verenigingen zijn immers geen rechtspersonen.

Wat moet er ingevuld worden?

De “uiteindelijke begunstigden” moeten worden ingevuld . Het gaat meer bepaald om de volgende categorieën:

  • De leden van de Raad van Bestuur;
  • De personen die gemachtigd zijn om de sportclub of sportfederatie te vertegenwoordigen;
  • De personen die het dagelijks bestuur van de sportclub of sportfederatie uitoefenen;
  • De stichters van een stichting (dit is in principe niet van toepassing op een sportclub/sportfederatie);
  • De (categorie van) natuurlijke personen in wier belang de vereniging werd opgericht (voor sportclubs of sportfederaties mag dit algemeen worden aangeduid, bv. alle sportbeoefenaars van de sportclub);
  • Elke andere natuurlijke persoon die via andere middelen uiteindelijke zeggenschap heeft over de sportclub of sportfederatie.

Van deze personen dient de naam, voornaam, geboortedatum, nationaliteit, verblijfplaats, rijksregisternummer, de datum waarop men “uiteindelijke begunstigde” is geworden en  de UBO-categorie (zie hierboven) te worden ingevuld.

Hoe doet de sportclub haar aangifte?

De aangifte gebeurt via de website van de FOD Financiën (https://eservices.minfin.fgov.be/myminfin-web/).

Hou hiervoor uw ondernemingsnummer bij de hand.

De FOD Financiën heeft een specifieke handleiding en video voor wat betreft de VZW :  Handleiding:  https://financien.belgium.be/sites/default/files/Wettelijke_Vertegenwoordiger_VZW_0.pdf
Video: https://www.youtube.com/watch?time_continue=3&v=xv5rwG1W8jA 

Wat is de uiterlijke deadline?

Theoretisch dient de aangifte via het platform van de FOD Financiën uiterlijk 30 september 2019 te zijn doorgevoerd.
Het is dan ook aan te bevelen om zich te houden aan deze datum.

De FOD Financiën heeft evenwel aangegeven een vorm van gedoogbeleid te voeren en dit tot eind 2019.
Dit betekent dat de aangifte moet gebeuren, maar dat indien dit nog niet gebeurd is men nog geen sancties zal treffen.

Wat zijn de gevolgen als de sportclub niets onderneemt?

Sportclubs en sportfederaties die ondanks hun verplichting hiertoe het UBO-register niet invullen riskeren een geldboete van 250,00 EUR tot 50.000,00 EUR.
Ook het foutief invullen kan aanleiding geven tot boetes.

Verdere vragen? Aarzel niet om ons te contacteren via het nummer 09/334.94.70, via het contactformulier of via sport@everest-law.be


Aansprakelijkheid in de sport

Aansprakelijkheid in de sport

Het is zo gebeurd tijdens het sporten. Een te harde tackle van de tegenstander, een gemene duw tijdens de eindspurt, een niet toegelaten wurggreep, etc. Voor je het weet ben je geblesseerd door de fout van een tegenstander of een ploegmaat.

De vraag die zich hierbij stelt is of de tegenstander of ploegmaat aansprakelijk is voor de veroorzaakte schade in een sport gerelateerde context.

Aansprakelijkheidsgeschillen in de sport komen regelmatig voor, doch blijven vaak onder de radar.

Enkele ophefmakende dossiers, zoals de zaak Criquelion of de voetbal tackle van Desloover op Lozano, haalden wel uitgebreid de media.

Wij lichten één en ander verder toe.

Een juridisch nazicht

Er is enerzijds de burgerrechtelijke aansprakelijkheid en anderzijds de strafrechtelijke aansprakelijkheid.

De burgerrechtelijke aansprakelijkheid

Centraal binnen het leerstuk van de burgerrechtelijke, buitencontractuele aansprakelijkheid staat het art. 1382 BW dat stelt dat:

“Elke daad van de mens, waardoor aan een ander schade wordt veroorzaakt, verplicht degene door wiens schuld deze schade is ontstaan, deze te vergoeden.”

Art. 1383 BW voegt daaraan toe dat ook nalatigheid of onvoorzichtigheid tot aansprakelijkheid kan leiden.

Het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht steunt dus op 3 componenten, zijnde fout, schade en oorzakelijk verband.

Een fout bestaat uit de schending van een specifieke wetsbepaling of een inbreuk op de algemene zorgvuldigheidsnorm.

De overtreden wetsbepaling moet een algemeen bindende norm zijn die door een wetgever is uitgevaardigd. Spelregels beantwoorden niet aan deze definitie. De bestraffing van een bepaalde overtreding met een gele kaart tijdens een voetbalmatch is slechts een interne regel waarvan de schending niet automatisch leidt tot burgerrechtelijke aansprakelijkheid. Mocht dit het geval zijn, dan zou de beoefening van de sport immers onmogelijk worden. Wel kan de overtreding van een spelregel gebruikt worden als argument om een schending van de algemene zorgvuldigheidsnorm te staven.

De algemene zorgvuldigheidsnorm verwijst naar het gedrag van een goede huisvader. Dit is een normaal, voorzichtig, redelijk persoon, geplaatst in dezelfde omstandigheden. Die concrete omstandigheden refereren aan de context van de sportbeoefening. Een sliding die in het dagelijks leven tot aansprakelijkheid zou kunnen leiden, kan getolereerd worden binnen de sportieve context. Een schouderduw zal tijdens een voetbalwedstrijd toegelaten zijn, maar kan in het dagelijks leven mogelijks aanleiding geven tot burgerrechtelijke aansprakelijkheid.

Bij de beoordeling van een schadeverwekkende gedraging kan de rechter rekening houden met de beroepsbekwaamheid van de persoon in kwestie. Een professionele sporter wordt geacht zijn sport beter te beheersen dan een amateur, wat een verschil zal opleveren in de beoordeling van een bepaalde fout.

Ook de risico’s die inherent verbonden zijn aan bepaalde sporten dient de rechter in aanmerking te nemen. De kans dat men geblesseerd geraakt tijdens het downhill mountainbiken is groter dan bij het spelen van tafeltennis. Een vuistslag tijdens een bokswedstrijd moet anders geïnterpreteerd worden dan een vuistslag in een voetbalwedstrijd. Dit mag de sporter er echter niet van weerhouden om steeds de spelreglementen en de algemene zorgvuldigheidsnorm te respecteren.

De sporter die beweert slachtoffer te zijn van een onrechtmatige daad zal naast de fout ook schade en het causaal verband tussen fout en schade moeten aantonen.

De burgerrechtelijke aansprakelijkheidsleer kan wel degelijk in sommige gevallen toegepast worden in een sport gerelateerde context.

De strafrechtelijke aansprakelijkheid

De strafrechtelijke vervolging van een sporter naar aanleiding van een sportongeval gebeurt in het merendeel van de gevallen op basis van de artikelen 398 SW of 418 t.e.m. 420 SW.

Artikel 398 SW bestraft het misdrijf van opzettelijke slagen en verwondingen. Dit misdrijf veronderstelt enerzijds een materieel bestanddeel, het toebrengen van slagen en verwondingen. Anderzijds moet er een moreel bestanddeel aanwezig zijn, namelijk het wetens en willens toebrengen van deze slagen en verwondingen.

Op het eerste gezicht zou men denken dat contactsporten als karate, rugby en zelfs voetbal per definitie aanleiding kunnen geven tot een aansprakelijkheid o.b.v art. 398 Sw. Ondanks het verbod om consensueel af te wijken van de strafwet, die immers van openbare orde is, wordt echter algemeen aangenomen dat deze sporten buiten het toepassingsgebied van artikel 398 SW vallen. Uiteraard geldt dit enkel voor gedragingen die toegelaten zijn volgens de reglementen van de sport in kwestie. Wanneer een voetballer d.m.v. een opzettelijke tackle het been van een tegenstander breekt zal hij uiteraard wel strafrechtelijk vervolgd kunnen worden.

De artikelen 418-420 Sw. behandelen de onopzettelijke slagen en verwondingen. Dit zijn de gevallen waarin een sporter door een gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg slagen en verwondingen toebrengt aan een derde. Dit gebrek aan voorzichtigheid wordt beoordeeld in de context van de beoefende sport. Wanneer een sporter de spelregels overtreedt kan hem niet automatisch een gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg verweten worden. Net zoals bij de burgerrechtelijke fout dient men het gedrag van de sporter te vergelijken met het gedrag van een normaal, voorzichtig en redelijk persoon in dezelfde omstandigheden geplaatst.

Ook de strafrechtelijke aansprakelijk kan in bepaalde gevallen toegepast worden in een sport gerelateerde context.

Vragen over aansprakelijkheid (binnen de sport of daarbuiten)? Aarzel niet om ons te contacteren via het telefoonnummer 09/334.94.70, via het contactformulier of via sport@everest-law.be