+32 9 334 94 70

2020

Yearly Archives

De “voetbal witwaswet” in België – een game changer?

De toepassing van de preventieve witwaswet voor het professioneel voetbal

Er komt een “voetbal witwaswet”. Naar aanleiding van operatie ‘Propere handen’ , een onderzoek van 2018 naar fraude in het Belgisch voetbal, werd de antiwitwaswet van 18 september 2017 in die zin gewijzigd dat zij ook van toepassing wordt op het professioneel voetbal. Voortaan zullen binnen het voetbal entiteiten zoals professionele voetbalploegen, maar ook sportmakelaars in de voetbalsector (voetbalmakelaars) en de VZW Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) ressorteren onder het toepassingsgebied van de antiwitwaswet.

Tijdens de eerste lezing van het wetsontwerp houdende de wijzigingen aan de antiwitwaswet op 17 juni 2020 werd amendement nr. 8 ingediend dat voorzag dat de antiwitwaswet voortaan ook van toepassing zou moeten zijn op professionele voetbalclubs en sportmakelaars of voetbalmakelaars. Dit amendement bevatte echter verschillende hiaten, vooral gelieerd aan de onvoldoende aflijning van bepaalde begrippen, waardoor het amendement terug werd ingetrokken.

Om aan deze hiaten tegemoet te komen, werden de amendementen nrs. 10 tot 15 ter verfijning van het amendement nr. 8 ingediend en in een tweede lezing op 7 juli 2020 door de Commissie Financiën alsnog goedgekeurd.

Voetbalclubs, voetbalmakelaars en de KBVB vallen onder het toepassingsgebied

De antiwitwaswet zal van toepassing worden op de “professionele topvoetbalclubs”. Hiermee wordt bedoeld, elke in België gevestigde onderneming die een professionele topvoetbalclub bezit of beheert waarvan ten minste één ploeg in de kampioenschappen van het hoogste niveau in de competitie van België speelt. De koning voorziet in hun registratie door de FOD Economie volgens de nadere regels, criteria en voorwaarden die Hij bepaalt. Specifiek gaat het hier binnen het voetbal over de 24 clubs afkomstig uit de voetbalreeksen 1A en 1B.

Daarnaast zullen ook “sportmakelaars in de voetbalsector”, dus voetbalmakelaars, onderworpen worden aan de antiwitwasregelgeving. Evenwel, wordt het begrip “voetbalsector” niet verder gedefinieerd waardoor de wet van toepassing is van zodra er sprake is van het sluiten van een arbeidsovereenkomst voor een betaalde voetballer, ongeacht of het hier gaat om “topvoetbal”.

Tot slot zal ook de “VZW Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB)” onder het toepassingsgebied van de antiwitwaswet vallen. De KBVB zal een clearing house opzetten waarmee een overzicht kan gemaakt worden van alle voetbaltransfers en de transacties die daarmee gepaard gaan. De exacte draagwijdte van haar verdere verplichtingen zal echter nog moeten blijken uit het reglement dat zal vastgelegd worden door de FOD Economie. Dit reglement zal eveneens het begrip “cliënt” specifiëren alsook transacties met een laag en/of hoog risico identificeren.

Wat betekent dit concreet voor het voetbal?

Concreet betekent dit dat bovengenoemde entiteiten binnen hun interne werking een cel dienen op te richten die zich bezighoudt met de operationele toepassing van de antiwitwaswetgeving. Indien deze cel van mening is dat de transactie is verricht op basis van geld van dubieuze oorsprong meldt zij dit aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). De CFI kan daarna op haar beurt, als zij vaststelt dat het geld inderdaad van criminele oorsprong is, de zaak overmaken aan het parket.

Wanneer wordt de “voetbal witwaswet” van toepassing?

Om de voetbalsector de nodige tijd te geven om deze bepalingen van de voetbal witwaswet te implementeren, treden deze wijzigingen met betrekking tot de professionele voetbalclubs en de KBVB ten vroegste in voege op 1 juli 2021. Wat betreft de sportmakelaars werd nog geen termijn betreffende de inwerkingtreding afgesproken aangezien eerst overleg met de regionale overheden vereist is.

Lees ook de bijdrage over de voetbal witwaswet op de website van het departement ondernemingsstrafrecht – LINK !

 


Het federaal regeerakkoord en sport

Het federaal regeerakkoord

Op 1 oktober 2020 was er een nieuwe regering na de eedaflegging van de regering De Croo. Samen met de eedaflegging werd het federaal regeerakkoord voorgesteld. Naast klemtonen op de economie na corona, pensioenen en een klimaatbeleid vonden wij in het federaal regeerakkoord  ook een aantal relevante elementen voor de sportsector.

Het integraal regeerakkoord kunt U hier downloaden.

Fiscale voordelen voor de professionele sport

Onder hoofdstuk 7 “eerlijke fiscaliteit en correcte inning” van het federaal regeerakkoord vinden wij een eerste passage inzake sport.

“De regering hervormt de huidige fiscale en parafiscale voordelen van beroepssporters en sportclubs met
het oog op meer billijkheid, waarbij gegarandeerd wordt dat iedereen een eerlijke bijdrage levert, afhankelijk van de draagkracht van de sport. Tevens zal de controle op de sport-makelaars versterkt worden.”

Na de discussies van de voorbije maanden dat onder meer profvoetballers genieten van een te gunstig fiscaal regime was het zo goed als zeker dat de overheid maatregelen in deze zin zou aankondigen.

Ook de sportmakelaars zelf worden specifiek geviseerd.

Onbelast bijverdienen

Onder hoofdstuk 2 “Arbeidsmarkt en organisatie” van het federaal regeerakkoord vinden wij een tweede passage waarbij onder meer gefocust wordt op de sportsector:

“We voeren in overleg met de betrokken sectoren een nieuwe regeling inzake verenigingswerk in, die in
werking zal treden op 1 januari 2021. We houden hierbij rekening met de opmerkingen gemaakt door het
Grondwettelijk Hof in haar arrest van 23 april 2020.”

De vorige regering had een regeling in het leven geroepen waardoor onder meer trainers, begeleiders en scheidsrechters door hun sportclub of sportfederatie (maar ook in het kader van ander verenigingswerk) tot een bepaald plafond vergoed konden worden zonder dat zij hiervoor belast werden.

Deze regeling werd door het Grondwettelijk Hof bij beslissing van 23 april 2020 vernietigd. Zij bepaalde dat de regeling zou uitdoven op 31 december 2020. De Raad van State gaf bovendien op 9 oktober 2020 een negatief advies op een voorstel om de regeling juridisch te repareren.

De federale regering verbindt zich er thans toe om alsnog een soortgelijke regeling te vinden die wel de toets van het grondwettelijk hof zal doorstaan en dit met ingang van 1 januari 2021.

 

Besluit

In het federaal regeerakkoord wordt slechts ingegaan op twee aspecten die expliciet betrekking hebben op sport en de sportsector, zijnde een luik over fiscaliteit en een luik over het onbelast bijverdienen bij verenigingswerk.

Dit is voor het eerste luik een gevolg van de reeds langdurige discussies over de fiscale voordelen voor bepaalde professionele sporters en sportclubs.

Het tweede luik is een rechtstreeks gevolg van het feit dat de regeling inzake onbelast bijklussen werd vernietigd door het Grondwettelijk Hof en uitdooft op 31 december 2020.

Dat er in het federaal regeerakkoord slechts twee aspecten gewijd worden aan sport is in grote mate te verklaren doordat sport een gemeenschapsbevoegdheid is en dat het dus – voor Vlaanderen – de Vlaamse overheid is die de grootste verantwoordelijkheid inzake sport heeft. De Vlaamse overheid is diegene die de beleidslijnen over sport uitzet.

 


Everest staat VRT en Radio1 te woord in de zaak Jakobsen / Groenewegen

Bij elke wielerliefhebber staan de onaangename beelden van de zware valpartij van Jakobsen na een manoeuvre van Groenewegen in het geheugen gegrift.

Onmiddellijk stelden diverse mediakanalen een rist juridische vragen naar de mogelijke juridische consequenties voor Groenewegen.

Mathieu Baert stond zowel Radio 1 als de VRT te woord om juridische toelichting te verschaffen.

Het interview kan worden beluisterd via de volgende link: https://radio1.be/programma/de-wereld-vandaag/radioitem/kan-renner-dylan-groenewegen-aangeklaagd-worden-voor-moord/24431 .

De toelichting bij VRT kan worden nagelezen via volgende link: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/08/06/juridische-gevolgen-valpartij/

Onder meer volgende argumenten haalde Mathieu Baert aan:

Sportrechtadvocaat Mathieu Baert (Everest – UGent) volgt die redenering niet helemaal. “Het opzet moet bewezen worden. De verdediging van Groenewegen zou kunnen argumenteren dat hij het niet opzettelijk heeft gedaan. Dat het niet zijn bedoeling was om Jakobsen effectief in de dranghekken te rijden, maar dat het gewoon zijn doel was om de wedstrijd te winnen. Als de rechter die redenering zou volgen, zou Groenewegen nog steeds veroordeeld kunnen worden voor onopzettelijke slagen en verwondingen.”

“In ieder geval zal de rechter moeten oordelen of Groenewegen een fout heeft gemaakt. Was hij onvoorzichtig? Heeft hij de zorgvuldigheidsnorm geschonden? Heeft hij gehandeld zoals iedere voorzichtige profwielrenner zich in diezelfde omstandigheden zou gedragen?”

“Maar hoe groot is de kans dat het effectief tot een proces komt? “Het zou in ieder geval niet de eerste keer zijn dat een dergelijke valpartij een juridisch staartje krijgt”, herinneren Van Steenbrugge en Baert zich. De eerste keer gebeurde het in 1978. De correctionele rechtbank van Oudenaarde veroordeelde de profrenner Marinus Pijnen voor onopzettelijke slagen en verwondingen. Pijnen had tijdens een wielerwedstrijd in Sint-Martens-Lierde Pierre Berckmans ten val laten komen. De renner van de “bruine garde” van Eddy Merckx liep een schedeltrauma op, stapte naar de rechtbank en kreeg gelijk.

10 jaar later, na een valpartij tijdens het WK van Ronse in 1988, oordeelde de rechter anders. Wielrenner Steve Bauer werd vrijgesproken voor onopzettelijke slagen en verwondingen nadat hij Claude Criquielion op 200 meter van de eindstreep in de hekken had gereden.

Maar het is dus zeker niet onmogelijk dat de valpartij van gisteren een juridisch staartje krijgt, al benadrukken de advocaten dat zo’n strafproces zeer uitzonderlijk is. “Sporters proberen lange en ingewikkelde procedures voor rechtbanken te vermijden”, klinkt het.

Maar Baert en Van Steenbrugge onderstrepen ook dat de schade van dit ongeval zeer groot is. “Er is de fysieke schade van Jakobsen zelf, er is de schade voor zijn familie, de morele schade, de schade voor de ploeg Deceuninck-Quick Step,… Een jonge profrenner die misschien jarenlang niet meer zal kunnen rijden, dit gaat over miljoenen.”

Al is het volgens de twee advocaten uitgesloten dat dit voor een Belgische rechtbank zou kunnen komen. In de eerste instantie kijkt men naar de plaats van de feiten, Polen dus. In dat geval zal dus ook het Poolse strafrecht van toepassing zijn. In tweede instantie zou het land van de nationaliteit van de “dader” bevoegd kunnen zijn, Nederland dus.”


Het Vlaams Dopingtribunaal wordt het Vlaams Sporttribunaal

Het Vlaams Sporttribunaal tegen grensoverschrijdend gedrag

Er komt een nieuw Vlaams Sporttribunaal. De Vlaamse Sportfederatie focust samen met Sport Vlaanderen en de Minister van Sport op het bestrijden van grensoverschrijdend gedrag. Om deze reden hebben zij zes beleidsmaatregelen geïmplementeerd bij de diverse sportfederaties.

Een van de zes beleidsmaatregelen is naast het invoeren van een tuchtreglement die grensoverschrijdend gedrag kan beteugelen het implementeren van een overkoepelend tuchtorgaan.

Hiertoe werd het bestaande Vlaams Dopingtribunaal op 8 juni 2020 gewijzigd in het Vlaams Sporttribunaal.

Het Vlaams Sporttribunaal zal vanaf 1 januari 2021 grensoverschrijdend gedrag kunnen onderzoeken en sanctioneren.

Juridische grondslag van het Vlaams Sporttribunaal tegen grensoverschrijdend gedrag

De juridische basis ligt vervat in het aangepaste decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiëring van de georganiseerde sportsector en het aangepaste bijhorend besluit van 16 september 2016 van de Vlaamse regering tot vaststelling van de algemene erkennings- en subsidieringsvoorwaarden voor de georganiseerde sportsector.

Op 1 januari 2021 treedt de nieuwe versie in werking.

In het besluit van 16 september 2016 vinden we onder art. 7/1 volgende bepaling terug:

§ 1. Om in aanmerking te komen voor een algemene werkingssubsidie, voert de sportfederatie een integriteitsbeleid uit als vermeld in artikel 11, § 1, eerste lid, 3° /1, van het decreet van 10 juni 2016. In het kader daarvan neemt de sportfederatie maatregelen om het kwaliteitsbeleid, preventiebeleid en reactiebeleid op het vlak van de fysieke, psychische en seksuele integriteit van personen te verbeteren, om risico’s te verkleinen en om incidenten te voorkomen en correct af te handelen. De sportfederatie neemt minstens de volgende maatregelen, die ze implementeert en stimuleert in haar werking:

6° beschikken over een tuchtrechtelijk systeem, specifiek voor grensoverschrijdend gedrag, door:
a) in het tuchtreglement van de sportfederatie een rubriek over grensoverschrijdend gedrag op te nemen;
b) te beschikken over of door te verwijzen naar een tuchtrechtelijk orgaan dat beschermend en sanctionerend kan optreden;”

Indien sportfederaties zich met andere woorden niet aansluiten bij het Vlaams Sporttribunaal of geen eigen procedure inrichten, dreigen zij niet te kunnen beschikken over subsidies.

Wat doet het Vlaams Dopingtribunaal?

Het Vlaams Dopingtribunaal omschrijft haar doel en activiteiten als volgt:

“Het Vlaams Dopingtribunaal heeft als doel de aangesloten sportfederaties te ondersteunen bij de organisatie van disciplinaire procedures betreffende dopingpraktijken gepleegd door elitesporters en begeleiders in de zin van de Vlaamse antidopingregelgeving.”

Concreet beteugelt zij dopinginbreuken gepleegd door elitesporters van een groot percentage van de Vlaamse sportfederaties.

De amateursporters worden berecht door de Vlaamse disciplinaire commissie in de schoot van NADO Vlaanderen. Federaties zoals de Wielerbond zijn niet aangesloten.

Wat zal het Vlaams Sporttribunaal doen?

Dat de doelstelling erin bestaat om grensoverschrijdend gedrag zowel te onderzoeken (dit is nieuw t.o.v. het Vlaams Dopingtribunaal) als te berechten is wel duidelijk. Er zal worden gewerkt met een disciplinair openbaar ministerie (onderzoeksorgaan) en rechtelijke macht (tuchtorgaan). Dit is een vorm van tuchtrecht (link) waarover wij eerder al toelichting hebben gegeven.

De precieze contouren van de taken, de doelgroepen en de betrokken sportfederaties zijn nog onduidelijk. Sportfederaties zouden de keuze hebben tussen aansluiten bij het Vlaams Sporttribunaal of het zelf inrichten van een tuchtrechtelijke procedure. Het lijkt ons vanzelfsprekend dat ook hier alle rechten van verdediging zullen kunnen worden uitgeoefend zoals de inzage in het dossier, de bijstand van een advocaat, etc.

Aangezien er aan het Vlaams Sporttribunaal een vrij ruime invulling kan worden gegeven is het de vraag of er in de toekomst ook andere zaken dan deze van doping en grensoverschrijdend gedrag zullen kunnen worden behandeld.

 

 


Watersport tijdens het corona-virus kan volgens het Ministerieel Besluit

Sporten tijdens het corona-virus

In ons blogbericht van 26 maart 2020 gingen wij reeds uitgebreid in op de mogelijkheden om te sporten gelet op de maatregelen die werden genomen in het kader van het corona-virus. Wij stelden erg duidelijk dat het ons inziens enig relevant document het Ministerieel Besluit is.  De richtlijnen of de FAQ van het Crisiscentrum en de diverse verklaringen in de media hebben geen kracht van wet en zijn soms tegengesteld zijn aan het Ministerieel Besluit. Dit zorgt voor verwarring. Hier leest U onze blog.

Er is namelijk veel miscommunicatie over welke sporten mogen worden beoefend en welke sporten niet mogen worden beoefend . Alwaar initieel enkel wandelen, lopen en fietsen werd vermeld, werd dit op 6 april 2020 uitgebreid met een aantal bijkomende activiteiten zoals skateboarden of skeeleren.

Ons inziens is het Ministerieel besluit, hetgeen in tegenstelling tot de richtlijnen van het crisiscentrum juridisch bindend is, veel ruimer.
Elke individuele fysieke activiteit is toegelaten. Dit houdt ons inziens ook individueel basketballen, stretchen en elke andere individuele sportbeoefening in.
Het Ministerieel Besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken voorziet in art. 8 – dat stelt dat men moet thuisblijven – in de uitzondering dat situaties onder art. 5, alinea 2 wel toegelaten zijn.
Art. 5, alinea 2 staat het volgende toe:

de beoefening van een individuele fysieke activiteit of met de familieleden die onder hetzelfde dak wonen of telkens een zelfde vriend, dit alles met respect van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon

Er worden geen andere beperkingen opgelegd.

Is watersport (bv. kajak of roeien) tijdens het corona-virus toegelaten?

Het Ministerieel Besluit is duidelijk en is thans het enig bindend document. Elke individuele fysieke activiteit is toegelaten.
Nergens wordt een uitzondering voorzien dat het beoefenen van een watersport zoals kajak of roeien zou verboden zijn.
De eventuele beperkingen opgelegd door het Crisiscentrum hebben ons inziens geen bindende kracht en zijn slechts van toepassing voor zover ze in lijn zijn met het Ministerieel Besluit.

Tot onze verbazing wordt op de website van de FOD Mobiliteit meegedeeld dat brandingssporten en watersporten verboden zouden zijn ingevolge het Covid-19 virus:
https://mobilit.belgium.be/nl/nieuws/nieuwsberichten/2020/covid_19_vaarverbod_pleziervaart_en_verbod_op_brandingsporten
Ook veel sportfederaties hebben deze interpretatie navolging gegeven.
Wij deden navraag bij de FOD Mobiliteit en nu blijkt dat dit verbod niet gestoeld is op een externe bijkomende beslissing, doch dat dit een vertaling betreft van de huidige FAQ en richtlijnen uitgevaardigd door het Crisiscentrum en te raadplegen op https://www.info-coronavirus.be/nl/faq/  :

 

 

 

 

Gelet op onze analyse die hierboven werd gemaakt dienen wij echter opnieuw te besluiten dat deze vermelding op de website van het Crisiscentrum geen kracht van wet heeft en dat moet nagegaan worden of dit verbod op watersporten (kajak / roeien) kan worden afgeleid uit het Ministerieel Besluit (of een ander wetgevend document).
Dit is niet het geval voor wat betreft het Ministerieel Besluit en wij hebben geen weet, zelfs niet na navraag, van enig ander wetgevend document dienaangaande.

Roeien, kanovaren, kajakken, zeilen, suppen, windsurfen en andere watersporten kunnen ons inziens dan ook niet verboden worden op basis van het Ministerieel Besluit.

Er kan uiteraard steeds een proces-verbaal worden opgesteld. Het zal uiteindelijk evenwel aan de rechter toekomen om na te gaan in hoeverre het uitoefenen van deze watersporten (kajak / roeien) conform is met de individuele fysieke activiteit  zoals vastgelegd in het Ministerieel Besluit. Wij menen dat de kans erg reëel is dat de rechter zal oordelen dat watersport – in zoverre het effectief een fysieke individuele activiteit is – een toegelaten individuele fysieke activiteit is.

Disclaimer

Wij zijn juristen en doen dus geen uitspraken over de al dan niet noodzakelijkheid van het ene of gene verbod.
Wij zijn wel van mening dat de wet duidelijk moet zijn en dat de burger in staat moet zijn om op een eenvoudige wijze de wetgeving te begrijpen.
Als er verboden worden in het leven geroepen is het van het allergrootste belang dat deze wettelijk, zij het via een aanpassing van het Ministerieel Besluit, worden vastgelegd.
Op een website gepubliceerde richtlijnen zijn geen wetgevende documenten.
Dit is een noodzakelijkheid voor de algemene rechtszekerheid, een basisprincipe in onze rechtstaat.


Sporten tijdens het corona virus: juridische do’s and don’ts (08/04/2020)

Kan ik sporten onder de huidige corona maatregelen?

Algemeen

Sinds 18 maart 2020 12h en dit tot minstens 5 april 2020 heeft de regering speciale maatregelen in het leven geroepen om de verspreiding van het Covid-19 virus, ook wel het corona virus genoemd, te beperken.

Deze maatregelen – ook wel de lockdown genoemd – zijn belangrijk en moeten nagevolgd worden.
Het is niettemin belangrijk om als (recreatieve) sporter te weten welke de juridische contouren van deze maatregelen zijn.
Wat mag en wat mag niet? Mag ik lopen, fietsen, wandelen, skeeleren of skateboarden? Er blijkt nog veel verwarring te bestaan.

Het huidig ministerieel besluit waarop U (en iedereen) zich moet baseren is het Ministerieel Besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken:  http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2020-03-23&numac=2020030347#top 

Artikel 8

Het eerste artikel dat in dit opzicht dient te worden geanalyseerd is het artikel 8 van het Besluit dat stelt:

“De personen zijn ertoe gehouden thuis te blijven. Het is verboden om zich op de openbare weg en in openbare plaatsen te bevinden, behalve in geval van noodzakelijkheid en omwille van dringende redenen zoals:”

Iedereen moet thuis blijven en het is verboden om zich op een openbare weg of openbare plaats te begeven.

Dit geldt niet als er sprake is van een noodzakelijkheid of een dringende reden.
Elke noodzakelijkheid of dringende reden is derhalve voldoende om zich op de openbare weg of de openbare plaats te begeven.
Dit is niet beperkt tot de hieronder opgesomde voorbeelden.

Vervolgens geeft men een aantal voorbeelden die hieronder kunnen worden begrepen.
Dit  betreft onder meer het zich begeven tot bankautomaten of het zorgen voor oudere mensen:

“- zich te begeven van en naar de plaatsen waarvan de opening toegelaten is op basis van de artikelen 1 en 3;
– toegang te hebben tot bankautomaten en postkantoren;
– toegang te hebben tot medische zorgen;
– om bijstand en zorgen te voorzien voor oudere personen, voor minderjarigen, voor personen met een handicap en voor kwetsbare personen;
– het uitvoeren van de professionele verplaatsingen, met inbegrip van het woon-werkverkeer.
– Situaties bedoeld in artikel 5, alinea 2.”

Voor de sporters en atleten onder ons is art. 5, alinea 2 van groot belang.

Een kanttekening die dient te worden gemaakt  is dat deze voorbeelden ons inziens enkel gelden voor zover ze noodzakelijk zijn.
Diverse malen op één dag naar de bankautomaat gaan lijkt ons bijvoorbeeld niet toegestaan.

Artikel 5, alinea 2

In artikel 5, alinea 2 van het Ministerieel Besluit worden twee bijkomende voorbeelden gegeven van wat wordt beschouwd als zijnde noodzakelijk genoeg om zich op de openbare weg te begeven:

“- activiteiten in intieme of familiale kring en begrafenisceremonies;
– Een buitenwandeling met de leden van de familie die onder hetzelfde dak wonen vergezeld met een andere persoon, de beoefening van een individuele fysieke activiteit of met de familieleden die onder hetzelfde dak wonen of telkens een zelfde vriend, dit alles met respect van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.”

Het laatste voorbeeld is belangrijk voor de sporters onder ons.

Welke fysieke activiteiten zijn toegelaten en met wie?

Een buitenwandeling

Een eerste element dat als noodzakelijk wordt beschouwd, is een buitenwandeling.

De buitenwandeling is niet gedefinieerd, maar spreekt ons inziens voor zich.

Ons inziens betekent dit dat enkel wandelen is toegelaten en dat het stilzitten op een publieke bank of op een grasveld dan weer niet toegelaten is.

Deze buitenwandeling is toegelaten met zowel de leden van de familie die onder hetzelfde dak wonen als met een andere persoon.

Deze definiëring is anders dan bij de fysieke activiteit (onderstaand) en betekent dat “familie onder hetzelfde dak” en “een andere persoon” mogen worden gecombineerd tijdens eenzelfde wandeling.

Let op: een huisgenoot wordt ons inziens niet per definitie aanzien als een lid van de familie die onder hetzelfde dak woont.
Dit betekent bijvoorbeeld dat drie personen die samenwonen maar geen familie zijn niet met drie samen mogen gaan wandelen.

Een fysieke activiteit

Het tweede element dat als een toegelaten noodzakelijk voorbeeld wordt beschouwd is de beoefening van een individuele fysieke activiteit.

De bewoording “individuele fysieke activiteit” is vaag en behelst ons inziens veel. Naast de klassiekers als lopen, fietsen en skeeleren houdt dit in principe elke andere fysieke activiteit in die alleen beoefend kan worden en waarbij 1,5m afstand kan worden gehouden met andere personen.

Buiten stretchen in een park, aerobics in een park, skateboarden op een parking of jongleren zijn volgens ons allen toegelaten individuele fysieke activiteiten.
Volleybal of basketbal met twee personen is dan weer niet toegelaten volgens ons en dit omdat dit geen “individuele” fysieke activiteit betreft.

In tegenstelling tot bij de buitenwandeling moet hierbij een keuze van partners worden gemaakt.
Of men kiest om eenzelfde fysieke activiteit uit te voeren met familieleden die onder hetzelfde dak wonen (twee, drie of meerdere personen) of met een vriend.
De combinatie kan niet en de externe vriend dient altijd dezelfde te blijven.

Hoever of hoelang mag ik wandelen, lopen of fietsen?

In de media werden vandaag, 26 maart 2020, berichten verspreid als zijnde dat het zou verboden zijn om “grotere afstanden (+40 of +50km)” af te leggen bij deze buitenwandelingen of andere fysieke activiteiten.

Alwaar uit het ministerieel besluit kan worden afgeleid dat het voertuig niet kan worden gebruikt om zich te verplaatsen naar een plaats om aldaar een buitenwandeling of fysieke activiteit uit te voeren, wordt de afstand van de fysieke activiteit niet bepaald.

Op basis van het huidig ministerieel besluit lijkt het ons perfect verdedigbaar dat men grotere afstanden mag fietsen of wandelen dan de in de media aangegeven 40 of 50km.

Het enig argument waarop zou kunnen worden beroep gedaan voor deze beperking is de term “noodzakelijkheid” in art. 8.
De voorbeelden zijn ons inziens immers enkel toegelaten voor zover ze noodzakelijk (en dringend) zijn.
Door de voorbeelden in het ministerieel besluit toe te voegen mag er evenwel vanuit gegaan worden dat ze noodzakelijk en dringend zijn.
De vraag die evenwel kan gesteld worden is of dit dan ook ongelimiteerd is.
Men zou een beperkte wandeling of fysieke activiteit als noodzakelijk kunnen beschouwen en een lange wandeling of fysieke activiteit als niet-noodzakelijk kunnen beschouwen.
Gelet op het gebrek aan definiëring en correcte afbakening lijkt ons de rechtszekerheid hiermee in het gedrang te komen en lijkt deze argumentatie juridisch niet overeind te kunnen blijven.

Wat met de toekomst (tijdens en na corona)?

Het is uiteraard mogelijk dat er in de (nabije) toekomst beslist wordt om de maatregelen in het kader van de corona-crisis uit te breiden en te verscherpen.

In dit geval lijkt het ons wel mogelijk om verdere beperkingen op te leggen.

Mocht U ondanks voormelde informatie alsnog een proces-verbaal ontvangen mag U steeds met ons contact opnemen.

 

Sportadvocaten.be wenst er evenwel op te wijzen dat de gezondheid van Uzelf en uw omgeving voorop staat.
Sporten is gezond maar doe dit op een verantwoorde wijze, respecteer de maatregelen en blijf naast het sporten zoveel als mogelijk thuis.
Alleen op deze wijze geraken wij van het corona / covid-19 virus vanaf.
Wij menen niettemin dat de maatregelen voor iedereen duidelijk en begrijpbaar moeten zijn. 


Gebrek aan onafhankelijkheid binnen Turkse Voetbalbond volgens het EHRM

Het EHRM spreekt zich uit over sportarbitrage

Binnen het sportrecht is het vrij uitzonderlijk dat hetEHRM zich uitspreekt over procedures binnen sportfederaties of binnen sport-specifieke rechtsorganen zoals het CAS of het BAS.
Tegelijk is er vaak veel kritiek over de werking van arbitrageorganen of tuchtorganen binnen sportfederaties of disciplinaire organen mede-georganiseerd door sportfederaties.
Deze kritiek handelt vaak over de onafhankelijk en onpartijdigheid van deze organen.

Op 2 oktober 2018 was er een belangrijke beslissing in de zaak Pechstein / Mutu, onder meer inzake de onafhankelijkheid van het CAS.
Het EHRM oordeelde dat het CAS moet voldaan aan alle voorwaarden die noodzakelijk zijn om atleten een eerlijk proces conform het EVRM te garanderen.
Het EHRM oordeelde vervolgens, hetgeen bij sommige partijen tot applaus en bij sommige partijen tot sterke kritiek leidde, dat de procedure van het CAS onder meer wat betreft de onafhankelijkheid en onpartijdigheid voldoet aan het EVRM.
Er werd wel geoordeeld dat er een schending was van art. 6§1 EVRM wegens het feit dat de zittingen niet openbaar waren.
Over deze zaak verschenen reeds twee blogberichten: link 1link 2 .

Ook over geschillenbeslechting (link) , en meer specifiek over tucht (link)  en arbitrage (link)  in de sport verschenen reeds blogberichten.

Op 28 januari 2020 heeft het EHRM zich opnieuw uitgesproken, ditmaal over de geldigheid van de arbitragecommissie binnen de Turkse Voetbalfederatie.

De beslissing van het EHRM van 28 januari 2020 inzake de Turkse Voetbalfederatie

Op 28 januari 2020 heeft het EHRM geoordeeld dat er sprake is van een schending van artikel 6§1 van het EVRM, zijnde het recht op een eerlijk proces, wegens het gebrek aan onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het Arbitrage Comité van de Turkse Voetbalfederatie.

De beslissing (link) en een persbericht (link) werden gepubliceerd.

De procedure werd opgestart op basis van diverse klachten, onder meer naar aanleiding van een dispuut van de voetballer Mr. Riza over zijn contract, een dispuut van de scheidsrechter Mr. Akal over een degradatie en een veroordeling van amateurvoetballers inzake match-fixing. Zij waren allen van oordeel dat het Arbitrage Comité van de Turkse voetbalbond onvoldoende onafhankelijk en onpartijdig was.

De klacht van de amateurvoetballers werd door het Hof niet weerhouden, onder meer gelet op het feit dat hun professionele activiteit geen gevaar liep nu zij geen professionele voetballers waren en er geen concrete geldelijke schade was.
De overige klachten werden wel als gegrond beschouwd.

Het EHRM is van oordeel dat het uitvoerend orgaan van de Turkse Voetbalfederatie een te grote invloed heeft op de organisatie en het functioneren van het Arbitrage Comité.
Het uitvoerend orgaan betreft de board of directors en bestaat grotendeels uit leden van de diverse voetbalclubs.
Belangrijk is de stipulatie van het EHRM dat het problematisch is dat diegenen die andere belangen dan deze van de clubs vertegenwoordigen in de minderheid zijn binnen deze board of directors.
Zij hebben niet alleen een grote invloed op het functioneren van dit Arbitrage Comité maar duiden ook zelf de leden aan.
Er waren ook niet voldoende mechanismen om de leden van het Arbitrage Comité te beschermen tegen druk van buitenaf.
Het Hof bekritiseert onder meer dat de leden van het Arbitragecomité niet waren gebonden door regels met betrekking tot hun professioneel optreden, dat deze leden geen belangenconflicten moesten meedelen en dat de leden geen eed of verklaring voorafgaand hun optreden moesten afleggen.

Om de voormelde redenen was het Hof van oordeel dat de onafhankelijk en onpartijdigheid van het Arbitrage Comité niet gegarandeerd was  en heeft het Hof tot een schending van het recht op een eerlijk proces (art. 6§1 EVRM) besloten.

Belangrijk hierbij was dat het Hof van mening was dat het een systematisch probleem betreft bij het regelen van voetbaldisputen in Turkije.
Het EHRM besluit vervolgens op basis van art. 46 van het Verdrag dat de overheid maatregelen moet ondernemen om een structurele onafhankelijkheid van het Arbitrage Comité van de Turkse voetbalbond te garanderen.

 

De gevolgen voor andere sportfederaties en hun tochtorganen

De inhoud van de beslissing zal ongetwijfeld gebruikt worden door advocaten in procedures voor arbitrageorganen en tuchtorganen van andere sportfederaties.

Sportfederaties en hun tuchtorganen zullen er zich moeten van verzekeren dat hun tuchtorgaan voldoende onafhankelijk en onpartijdig is.

Veel sportfederaties hun raden van bestuur zijn samengesteld uit club-verantwoordelijken, hetgeen kan worden bekritiseerd op basis van dit arrest indien zij zelf de tuchtorganen organiseren en samenstellen.

Veel, veelal kleine sportfederaties, hebben arbitrage- en tuchtorganen waarbij de leden niet alleen zijn aangeduid op een weinig transparantie wijze  door de  Raad van Bestuur, maar waarbij de leden soms zelf bestaan uit de leden van de raad van bestuur.
Gelet op voormelde uitspraak lijkt dit laatste absoluut uitgesloten te zijn als er geen mogelijkheid is om hoger beroep aan te tekenen bij een volstrekt onafhankelijk orgaan.

Ook burgerlijke rechtbanken zullen zich mogelijks meer gesterkt voelen om in te grijpen bij bepaalde interne beslissingen van sportfederaties en sportclubs, hierbij verwijzend naar deze nieuwe rechtspraak van het EHRM.

 

De aanzet van het persbericht van het EHRM:

EHRM

 

 

 

 

 

 

 


Everest Sport treedt op in mededingingsgeschil – De Tijd

Advocaten Floortje Buyssens en Mathieu Baert treden op in het kader van een procedure inzake mededinging voor de Belgische Mededingingsautoriteit voor een producent van biljartballen. De producent verzet zich tegen schendingen van de mededinging gepleegd door een biljartfederatie. De federatie in kwestie had in het kader van een sponsorovereenkomst de exclusiviteit omtrent het gebruik van biljartballen toegewezen aan één specifieke producent. De Mededingingsautoriteit oordeelde prima facie dat ook sportfederaties en sportclubs gebonden zijn door het mededingingsrecht. Zij oordeelde verder prima facie dat het verplicht gebruik doorheen de sportclub of sportfederatie van een specifiek merk van sportgerief zonder voorafgaande tender een schending zou kunnen opleveren van het mededingingsrecht.

Er zou met andere woorden sprake zijn van een restrictieve mededingingspraktijk. Restrictieve mededingingspraktijken verwijzen naar de anti-concurrentiële gedragingen van ondernemingen op een markt om het vrije spel van de mededinging te vervalsen. Mededinging wordt ook wel concurrentie genoemd.

Om deze reden dient de regel die het verplicht gebruik oplegt van de welbepaalde biljartballen te worden geschrapt en dient de federatie een alternatief uit te werken. Het persbericht van de Belgische Mededingingsautoriteit vindt U via de volgende link: https://www.bma-abc.be/sites/default/files/content/download/files/20200124_persbericht_5_bma.pdf

Onderstaand kunt U een uittreksel uit het artikel in De Tijd terugvinden.
Het volledige artikel vindt U terug op volgende link: https://www.tijd.be/content/tijd/nl/mme-articles/10/20/22/47/10202247

Belgische biljartballenreus Saluc onder vuur

mededinging