+32 9 334 94 70

November 2020

Monthly Archives

De “voetbal witwaswet” in België – een game changer?

De toepassing van de preventieve witwaswet voor het professioneel voetbal

Er komt een “voetbal witwaswet”. Naar aanleiding van operatie ‘Propere handen’ , een onderzoek van 2018 naar fraude in het Belgisch voetbal, werd de antiwitwaswet van 18 september 2017 in die zin gewijzigd dat zij ook van toepassing wordt op het professioneel voetbal. Voortaan zullen binnen het voetbal entiteiten zoals professionele voetbalploegen, maar ook sportmakelaars in de voetbalsector (voetbalmakelaars) en de VZW Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) ressorteren onder het toepassingsgebied van de antiwitwaswet.

Tijdens de eerste lezing van het wetsontwerp houdende de wijzigingen aan de antiwitwaswet op 17 juni 2020 werd amendement nr. 8 ingediend dat voorzag dat de antiwitwaswet voortaan ook van toepassing zou moeten zijn op professionele voetbalclubs en sportmakelaars of voetbalmakelaars. Dit amendement bevatte echter verschillende hiaten, vooral gelieerd aan de onvoldoende aflijning van bepaalde begrippen, waardoor het amendement terug werd ingetrokken.

Om aan deze hiaten tegemoet te komen, werden de amendementen nrs. 10 tot 15 ter verfijning van het amendement nr. 8 ingediend en in een tweede lezing op 7 juli 2020 door de Commissie Financiën alsnog goedgekeurd.

Voetbalclubs, voetbalmakelaars en de KBVB vallen onder het toepassingsgebied

De antiwitwaswet zal van toepassing worden op de “professionele topvoetbalclubs”. Hiermee wordt bedoeld, elke in België gevestigde onderneming die een professionele topvoetbalclub bezit of beheert waarvan ten minste één ploeg in de kampioenschappen van het hoogste niveau in de competitie van België speelt. De koning voorziet in hun registratie door de FOD Economie volgens de nadere regels, criteria en voorwaarden die Hij bepaalt. Specifiek gaat het hier binnen het voetbal over de 24 clubs afkomstig uit de voetbalreeksen 1A en 1B.

Daarnaast zullen ook “sportmakelaars in de voetbalsector”, dus voetbalmakelaars, onderworpen worden aan de antiwitwasregelgeving. Evenwel, wordt het begrip “voetbalsector” niet verder gedefinieerd waardoor de wet van toepassing is van zodra er sprake is van het sluiten van een arbeidsovereenkomst voor een betaalde voetballer, ongeacht of het hier gaat om “topvoetbal”.

Tot slot zal ook de “VZW Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB)” onder het toepassingsgebied van de antiwitwaswet vallen. De KBVB zal een clearing house opzetten waarmee een overzicht kan gemaakt worden van alle voetbaltransfers en de transacties die daarmee gepaard gaan. De exacte draagwijdte van haar verdere verplichtingen zal echter nog moeten blijken uit het reglement dat zal vastgelegd worden door de FOD Economie. Dit reglement zal eveneens het begrip “cliënt” specifiëren alsook transacties met een laag en/of hoog risico identificeren.

Wat betekent dit concreet voor het voetbal?

Concreet betekent dit dat bovengenoemde entiteiten binnen hun interne werking een cel dienen op te richten die zich bezighoudt met de operationele toepassing van de antiwitwaswetgeving. Indien deze cel van mening is dat de transactie is verricht op basis van geld van dubieuze oorsprong meldt zij dit aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). De CFI kan daarna op haar beurt, als zij vaststelt dat het geld inderdaad van criminele oorsprong is, de zaak overmaken aan het parket.

Wanneer wordt de “voetbal witwaswet” van toepassing?

Om de voetbalsector de nodige tijd te geven om deze bepalingen van de voetbal witwaswet te implementeren, treden deze wijzigingen met betrekking tot de professionele voetbalclubs en de KBVB ten vroegste in voege op 1 juli 2021. Wat betreft de sportmakelaars werd nog geen termijn betreffende de inwerkingtreding afgesproken aangezien eerst overleg met de regionale overheden vereist is.

Lees ook de bijdrage over de voetbal witwaswet op de website van het departement ondernemingsstrafrecht – LINK !

 


Het federaal regeerakkoord en sport

Het federaal regeerakkoord

Op 1 oktober 2020 was er een nieuwe regering na de eedaflegging van de regering De Croo. Samen met de eedaflegging werd het federaal regeerakkoord voorgesteld. Naast klemtonen op de economie na corona, pensioenen en een klimaatbeleid vonden wij in het federaal regeerakkoord  ook een aantal relevante elementen voor de sportsector.

Het integraal regeerakkoord kunt U hier downloaden.

Fiscale voordelen voor de professionele sport

Onder hoofdstuk 7 “eerlijke fiscaliteit en correcte inning” van het federaal regeerakkoord vinden wij een eerste passage inzake sport.

“De regering hervormt de huidige fiscale en parafiscale voordelen van beroepssporters en sportclubs met
het oog op meer billijkheid, waarbij gegarandeerd wordt dat iedereen een eerlijke bijdrage levert, afhankelijk van de draagkracht van de sport. Tevens zal de controle op de sport-makelaars versterkt worden.”

Na de discussies van de voorbije maanden dat onder meer profvoetballers genieten van een te gunstig fiscaal regime was het zo goed als zeker dat de overheid maatregelen in deze zin zou aankondigen.

Ook de sportmakelaars zelf worden specifiek geviseerd.

Onbelast bijverdienen

Onder hoofdstuk 2 “Arbeidsmarkt en organisatie” van het federaal regeerakkoord vinden wij een tweede passage waarbij onder meer gefocust wordt op de sportsector:

“We voeren in overleg met de betrokken sectoren een nieuwe regeling inzake verenigingswerk in, die in
werking zal treden op 1 januari 2021. We houden hierbij rekening met de opmerkingen gemaakt door het
Grondwettelijk Hof in haar arrest van 23 april 2020.”

De vorige regering had een regeling in het leven geroepen waardoor onder meer trainers, begeleiders en scheidsrechters door hun sportclub of sportfederatie (maar ook in het kader van ander verenigingswerk) tot een bepaald plafond vergoed konden worden zonder dat zij hiervoor belast werden.

Deze regeling werd door het Grondwettelijk Hof bij beslissing van 23 april 2020 vernietigd. Zij bepaalde dat de regeling zou uitdoven op 31 december 2020. De Raad van State gaf bovendien op 9 oktober 2020 een negatief advies op een voorstel om de regeling juridisch te repareren.

De federale regering verbindt zich er thans toe om alsnog een soortgelijke regeling te vinden die wel de toets van het grondwettelijk hof zal doorstaan en dit met ingang van 1 januari 2021.

 

Besluit

In het federaal regeerakkoord wordt slechts ingegaan op twee aspecten die expliciet betrekking hebben op sport en de sportsector, zijnde een luik over fiscaliteit en een luik over het onbelast bijverdienen bij verenigingswerk.

Dit is voor het eerste luik een gevolg van de reeds langdurige discussies over de fiscale voordelen voor bepaalde professionele sporters en sportclubs.

Het tweede luik is een rechtstreeks gevolg van het feit dat de regeling inzake onbelast bijklussen werd vernietigd door het Grondwettelijk Hof en uitdooft op 31 december 2020.

Dat er in het federaal regeerakkoord slechts twee aspecten gewijd worden aan sport is in grote mate te verklaren doordat sport een gemeenschapsbevoegdheid is en dat het dus – voor Vlaanderen – de Vlaamse overheid is die de grootste verantwoordelijkheid inzake sport heeft. De Vlaamse overheid is diegene die de beleidslijnen over sport uitzet.