+32 9 334 94 70

Aansprakelijkheid

Category Archives

Aansprakelijkheid in de sport

Aansprakelijkheid in de sport

Het is zo gebeurd tijdens het sporten. Een te harde tackle van de tegenstander, een gemene duw tijdens de eindspurt, een niet toegelaten wurggreep, etc. Voor je het weet ben je geblesseerd door de fout van een tegenstander of een ploegmaat.

De vraag die zich hierbij stelt is of de tegenstander of ploegmaat aansprakelijk is voor de veroorzaakte schade in een sport gerelateerde context.

Aansprakelijkheidsgeschillen in de sport komen regelmatig voor, doch blijven vaak onder de radar.

Enkele ophefmakende dossiers, zoals de zaak Criquelion of de voetbal tackle van Desloover op Lozano, haalden wel uitgebreid de media.

Wij lichten één en ander verder toe.

Een juridisch nazicht

Er is enerzijds de burgerrechtelijke aansprakelijkheid en anderzijds de strafrechtelijke aansprakelijkheid.

De burgerrechtelijke aansprakelijkheid

Centraal binnen het leerstuk van de burgerrechtelijke, buitencontractuele aansprakelijkheid staat het art. 1382 BW dat stelt dat:

“Elke daad van de mens, waardoor aan een ander schade wordt veroorzaakt, verplicht degene door wiens schuld deze schade is ontstaan, deze te vergoeden.”

Art. 1383 BW voegt daaraan toe dat ook nalatigheid of onvoorzichtigheid tot aansprakelijkheid kan leiden.

Het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht steunt dus op 3 componenten, zijnde fout, schade en oorzakelijk verband.

Een fout bestaat uit de schending van een specifieke wetsbepaling of een inbreuk op de algemene zorgvuldigheidsnorm.

De overtreden wetsbepaling moet een algemeen bindende norm zijn die door een wetgever is uitgevaardigd. Spelregels beantwoorden niet aan deze definitie. De bestraffing van een bepaalde overtreding met een gele kaart tijdens een voetbalmatch is slechts een interne regel waarvan de schending niet automatisch leidt tot burgerrechtelijke aansprakelijkheid. Mocht dit het geval zijn, dan zou de beoefening van de sport immers onmogelijk worden. Wel kan de overtreding van een spelregel gebruikt worden als argument om een schending van de algemene zorgvuldigheidsnorm te staven.

De algemene zorgvuldigheidsnorm verwijst naar het gedrag van een goede huisvader. Dit is een normaal, voorzichtig, redelijk persoon, geplaatst in dezelfde omstandigheden. Die concrete omstandigheden refereren aan de context van de sportbeoefening. Een sliding die in het dagelijks leven tot aansprakelijkheid zou kunnen leiden, kan getolereerd worden binnen de sportieve context. Een schouderduw zal tijdens een voetbalwedstrijd toegelaten zijn, maar kan in het dagelijks leven mogelijks aanleiding geven tot burgerrechtelijke aansprakelijkheid.

Bij de beoordeling van een schadeverwekkende gedraging kan de rechter rekening houden met de beroepsbekwaamheid van de persoon in kwestie. Een professionele sporter wordt geacht zijn sport beter te beheersen dan een amateur, wat een verschil zal opleveren in de beoordeling van een bepaalde fout.

Ook de risico’s die inherent verbonden zijn aan bepaalde sporten dient de rechter in aanmerking te nemen. De kans dat men geblesseerd geraakt tijdens het downhill mountainbiken is groter dan bij het spelen van tafeltennis. Een vuistslag tijdens een bokswedstrijd moet anders geïnterpreteerd worden dan een vuistslag in een voetbalwedstrijd. Dit mag de sporter er echter niet van weerhouden om steeds de spelreglementen en de algemene zorgvuldigheidsnorm te respecteren.

De sporter die beweert slachtoffer te zijn van een onrechtmatige daad zal naast de fout ook schade en het causaal verband tussen fout en schade moeten aantonen.

De burgerrechtelijke aansprakelijkheidsleer kan wel degelijk in sommige gevallen toegepast worden in een sport gerelateerde context.

De strafrechtelijke aansprakelijkheid

De strafrechtelijke vervolging van een sporter naar aanleiding van een sportongeval gebeurt in het merendeel van de gevallen op basis van de artikelen 398 SW of 418 t.e.m. 420 SW.

Artikel 398 SW bestraft het misdrijf van opzettelijke slagen en verwondingen. Dit misdrijf veronderstelt enerzijds een materieel bestanddeel, het toebrengen van slagen en verwondingen. Anderzijds moet er een moreel bestanddeel aanwezig zijn, namelijk het wetens en willens toebrengen van deze slagen en verwondingen.

Op het eerste gezicht zou men denken dat contactsporten als karate, rugby en zelfs voetbal per definitie aanleiding kunnen geven tot een aansprakelijkheid o.b.v art. 398 Sw. Ondanks het verbod om consensueel af te wijken van de strafwet, die immers van openbare orde is, wordt echter algemeen aangenomen dat deze sporten buiten het toepassingsgebied van artikel 398 SW vallen. Uiteraard geldt dit enkel voor gedragingen die toegelaten zijn volgens de reglementen van de sport in kwestie. Wanneer een voetballer d.m.v. een opzettelijke tackle het been van een tegenstander breekt zal hij uiteraard wel strafrechtelijk vervolgd kunnen worden.

De artikelen 418-420 Sw. behandelen de onopzettelijke slagen en verwondingen. Dit zijn de gevallen waarin een sporter door een gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg slagen en verwondingen toebrengt aan een derde. Dit gebrek aan voorzichtigheid wordt beoordeeld in de context van de beoefende sport. Wanneer een sporter de spelregels overtreedt kan hem niet automatisch een gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg verweten worden. Net zoals bij de burgerrechtelijke fout dient men het gedrag van de sporter te vergelijken met het gedrag van een normaal, voorzichtig en redelijk persoon in dezelfde omstandigheden geplaatst.

Ook de strafrechtelijke aansprakelijk kan in bepaalde gevallen toegepast worden in een sport gerelateerde context.

Vragen over aansprakelijkheid (binnen de sport of daarbuiten)? Aarzel niet om ons te contacteren via het telefoonnummer 09/334.94.70, via het contactformulier of via sport@everest-law.be

 


Aansprakelijkheid en regels bij een skiongeval

Februari is traditioneel een maand waarbij er in grote getale op wintervakantie wordt gegaan. Tijdens deze drukke periodes op de skipistes wordt er nogal eens geklaagd over het soms roekeloze gedrag van sommige wintersporters. Hierbij is een skiongeval – soms ernstig en zelfs met dodelijke afloop – niet ongewoon.

Bestaan er regels op de skipiste die in acht dienen te worden genomen? Neemt U een risico door in volle snelheid een piste naar beneden te gaan?

Ja. Indien U een ongeval veroorzaakt kunt U wel degelijk aansprakelijk worden gesteld voor de door U aangerichte schade.Dit betekent ook dat U als slachtoffer mogelijks recht kunnen hebben op een schadevergoeding.

De toepasselijke wetgeving

In principe is de wetgeving  van de plaats waar het ongeval zich heeft voorgedaan van toepassing.

Zelfs in het geval één en ander zou leiden tot een gerechtelijke procedure in België, zou er worden geoordeeld dat het recht van de plaats van het ongeval van toepassing is. De rechtsvordering tot vergoeding van de schade veroorzaakt door een onrechtmatige daad in het buitenland gepleegd, wordt in België beheerst door de wet van de staat waar de daad is begaan, ook al is de mogelijke dader een Belg (Cass. 29 april 1996, C.95.0093.N).

Er bestaan evenwel uitzonderingen in het Internationaal Privaatrecht waardoor partijen onder meer vrijwillig kunnen opteren om het Belgisch recht van toepassing te verklaren.

Het FIS Ski-reglement

Daarnaast heeft de FIS, zijnde de Internationale Skifederatie of de Fédération Internationale de Ski, in 2002 een Ski-reglement uitgewerkt die regelmatig geactualiseerd wordt. Dit Ski-reglement is van toepassing in het gehele Alpijnse gebied – waar de meerderheid van de skivakanties plaatsvinden – en tracht de veiligheid op de skipiste te waarborgen. Deze regels kunnen hier teruggevonden worden.

Dit reglement, dat uit tien artikels bestaat, kan als volgt worden samengevat:

  • Respect voor anderen

Een skiër of snowboarder moet zich zo gedragen dat hij anderen niet in gevaar brengt of schade berokkent

  • Controle over de snelheid en over het skiën of het snowboarden

Een skiër of snowboarder moet zich gecontroleerd voortbewegen. Hij moet zijn snelheid en zijn manier van skiën of snowboarden aanpassen aan zijn capaciteiten, de weersomstandigheden, de staat van de piste en de mate van het verkeer.

  • De keuze van de te volgen route

Een skiër of een snowboarder die van achter (boven) komt moet zijn route op een dusdanige manier kiezen dat hij geen voorgaande skiërs of snowboarders in gevaar brengt.

  • Inhalen

Inhalen is toegestaan en dit zowel bovenaan als onderaan en zowel links als rechts, voor zover hij voldoende afstand laat zodanig dat de ingehaalde skiër of snowboarder steeds voldoende bewegingsruimte heeft om vrijwillige of onvrijwillige manoevers uit te voeren.

  • Het opgaan van de piste

Een skiër of snowboarden die een piste opgaat nadat hij op de piste is gestopt of zich omhoog heeft begeven moet omhoog en omlaag kijken zodat hij de piste kan opgaan zonder zichzelf en anderen in gevaar te brengen.

  • Het stoppen op de piste

Behalve indien het absoluut noodzakelijk is, moet een skiër of snowboarder vermijden om te stoppen op de piste waar het smal is of waar de zichtbaarheid beperkt is. Na een valpartij op dergelijke plaats moet een skiër of snowboarder zich zo snel als mogelijk verwijderen van deze plaats.

  • Te voet klimmen en afdalen

Een skiër of snowboarder die te voet aan het klimmen of aan het afdalen is moet zich aan de zijkant van de piste begeven.

  • Respect voor borden en aanwijzingen

Een skiër of snowboarder moet alle borden en aanwijzingen respecteren.

  • Hulp

Indien er zich ongevallen voordoen is het de verplichting van elke skiër of snowboarder om hulp aan te bieden.

  • Identificatie

Elke skiër of snowboarder die getuige is van een ongeval, aansprakelijk of niet aansprakelijk, moet zijn identiteitsgegevens in navolging van dit ongeval uitwisselen.

De toepassing in België

Er is in België beperkte rechtspraak die handelt over een ongeval op een skipiste (zie o.m. Gent, 30 maart 2006, TGR-TWVR 2006, afl. 4, 215).

In de meeste gevallen wordt toepassing gemaakt van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt dat de persoon die een foutieve gedraging stelt waardoor een andere persoon schade lijdt, deze schade moet vergoeden. Er moet sprake zijn van schade, een fout en een oorzakelijk verband tussen de schade en de fout.

De fout kan bestaan uit het overtreden van een bepaald gebod of verbod of door de schending van de zorgvuldigheidsnorm.

De zorgvuldigheidsnorm gaat na hoe een normaal voorzichtige en redelijke mens in dezelfde feitelijke omstandigheden zou hebben gehandeld. Het gedrag van de persoon die de fout begaat wordt met andere woorden vergeleken met een bedachtzame skiër of snowboarder.

In de beoordeling van deze zorgvuldigheidsnorm komen de spelregels en in dit geval het FSI Ski-reglement in beeld. Men zou kunnen stellen dat een normaal zorgvuldig persoon het FSI Ski-reglement niet zou overtreden. Bij een overtreding van het FSI Ski-reglement kan worden geoordeeld dat de persoon in kwestie niet zorgvuldig handelde en dus aansprakelijk kan worden gesteld voor de daardoor veroorzaakte schade.

Er dient vanzelfsprekend ook rekening te worden gehouden met de concrete omstandigheden waardoor een overtreding van het FSI Ski-reglement niet altijd tot een fout volgens art. 1382 BW zal leiden. Ook omgekeerd betekent het niet omdat er geen fout volgens het FSI Ski-reglement werd begaan dat een persoon niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de veroorzaakte schade. In elke zaak dienen de feitelijke omstandigheden te worden nagegaan.

Het staat niettemin buiten kijf dat het FSI Ski-reglement – dat de veiligheid van de wintersporters beoogt – een belangrijke leidraad vormt.

Tot slot zal de uitkomst van een zaak in veel gevallen afhangen van het beschikbare bewijs. Bent U betrokken bij een skiongeval, dan is het noodzakelijk om zoveel mogelijk bewijs te verzamelen. Dit kan bestaan uit foto’s van de plaats van het ongeval, getuigenissen van omstaanders, etc.

Hebt U verdere vragen of wenst U juridische bijstand? U kunt ons contacteren via het telefoonnummer 09/334.94.70, via het contactformulier of via sport@everest-law.be