+32 9 334 94 70

EVRM

Category Archives

Gebrek aan onafhankelijkheid binnen Turkse Voetbalbond volgens het EHRM

Het EHRM spreekt zich uit over sportarbitrage

Binnen het sportrecht is het vrij uitzonderlijk dat hetEHRM zich uitspreekt over procedures binnen sportfederaties of binnen sport-specifieke rechtsorganen zoals het CAS of het BAS.
Tegelijk is er vaak veel kritiek over de werking van arbitrageorganen of tuchtorganen binnen sportfederaties of disciplinaire organen mede-georganiseerd door sportfederaties.
Deze kritiek handelt vaak over de onafhankelijk en onpartijdigheid van deze organen.

Op 2 oktober 2018 was er een belangrijke beslissing in de zaak Pechstein / Mutu, onder meer inzake de onafhankelijkheid van het CAS.
Het EHRM oordeelde dat het CAS moet voldaan aan alle voorwaarden die noodzakelijk zijn om atleten een eerlijk proces conform het EVRM te garanderen.
Het EHRM oordeelde vervolgens, hetgeen bij sommige partijen tot applaus en bij sommige partijen tot sterke kritiek leidde, dat de procedure van het CAS onder meer wat betreft de onafhankelijkheid en onpartijdigheid voldoet aan het EVRM.
Er werd wel geoordeeld dat er een schending was van art. 6§1 EVRM wegens het feit dat de zittingen niet openbaar waren.
Over deze zaak verschenen reeds twee blogberichten: link 1link 2 .

Ook over geschillenbeslechting (link) , en meer specifiek over tucht (link)  en arbitrage (link)  in de sport verschenen reeds blogberichten.

Op 28 januari 2020 heeft het EHRM zich opnieuw uitgesproken, ditmaal over de geldigheid van de arbitragecommissie binnen de Turkse Voetbalfederatie.

De beslissing van het EHRM van 28 januari 2020 inzake de Turkse Voetbalfederatie

Op 28 januari 2020 heeft het EHRM geoordeeld dat er sprake is van een schending van artikel 6§1 van het EVRM, zijnde het recht op een eerlijk proces, wegens het gebrek aan onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het Arbitrage Comité van de Turkse Voetbalfederatie.

De beslissing (link) en een persbericht (link) werden gepubliceerd.

De procedure werd opgestart op basis van diverse klachten, onder meer naar aanleiding van een dispuut van de voetballer Mr. Riza over zijn contract, een dispuut van de scheidsrechter Mr. Akal over een degradatie en een veroordeling van amateurvoetballers inzake match-fixing. Zij waren allen van oordeel dat het Arbitrage Comité van de Turkse voetbalbond onvoldoende onafhankelijk en onpartijdig was.

De klacht van de amateurvoetballers werd door het Hof niet weerhouden, onder meer gelet op het feit dat hun professionele activiteit geen gevaar liep nu zij geen professionele voetballers waren en er geen concrete geldelijke schade was.
De overige klachten werden wel als gegrond beschouwd.

Het EHRM is van oordeel dat het uitvoerend orgaan van de Turkse Voetbalfederatie een te grote invloed heeft op de organisatie en het functioneren van het Arbitrage Comité.
Het uitvoerend orgaan betreft de board of directors en bestaat grotendeels uit leden van de diverse voetbalclubs.
Belangrijk is de stipulatie van het EHRM dat het problematisch is dat diegenen die andere belangen dan deze van de clubs vertegenwoordigen in de minderheid zijn binnen deze board of directors.
Zij hebben niet alleen een grote invloed op het functioneren van dit Arbitrage Comité maar duiden ook zelf de leden aan.
Er waren ook niet voldoende mechanismen om de leden van het Arbitrage Comité te beschermen tegen druk van buitenaf.
Het Hof bekritiseert onder meer dat de leden van het Arbitragecomité niet waren gebonden door regels met betrekking tot hun professioneel optreden, dat deze leden geen belangenconflicten moesten meedelen en dat de leden geen eed of verklaring voorafgaand hun optreden moesten afleggen.

Om de voormelde redenen was het Hof van oordeel dat de onafhankelijk en onpartijdigheid van het Arbitrage Comité niet gegarandeerd was  en heeft het Hof tot een schending van het recht op een eerlijk proces (art. 6§1 EVRM) besloten.

Belangrijk hierbij was dat het Hof van mening was dat het een systematisch probleem betreft bij het regelen van voetbaldisputen in Turkije.
Het EHRM besluit vervolgens op basis van art. 46 van het Verdrag dat de overheid maatregelen moet ondernemen om een structurele onafhankelijkheid van het Arbitrage Comité van de Turkse voetbalbond te garanderen.

 

De gevolgen voor andere sportfederaties en hun tochtorganen

De inhoud van de beslissing zal ongetwijfeld gebruikt worden door advocaten in procedures voor arbitrageorganen en tuchtorganen van andere sportfederaties.

Sportfederaties en hun tuchtorganen zullen er zich moeten van verzekeren dat hun tuchtorgaan voldoende onafhankelijk en onpartijdig is.

Veel sportfederaties hun raden van bestuur zijn samengesteld uit club-verantwoordelijken, hetgeen kan worden bekritiseerd op basis van dit arrest indien zij zelf de tuchtorganen organiseren en samenstellen.

Veel, veelal kleine sportfederaties, hebben arbitrage- en tuchtorganen waarbij de leden niet alleen zijn aangeduid op een weinig transparantie wijze  door de  Raad van Bestuur, maar waarbij de leden soms zelf bestaan uit de leden van de raad van bestuur.
Gelet op voormelde uitspraak lijkt dit laatste absoluut uitgesloten te zijn als er geen mogelijkheid is om hoger beroep aan te tekenen bij een volstrekt onafhankelijk orgaan.

Ook burgerlijke rechtbanken zullen zich mogelijks meer gesterkt voelen om in te grijpen bij bepaalde interne beslissingen van sportfederaties en sportclubs, hierbij verwijzend naar deze nieuwe rechtspraak van het EHRM.

 

De aanzet van het persbericht van het EHRM:

EHRM