+32 9 334 94 70

Sportrecht

Category Archives

Sporten tijdens het corona virus: juridische do’s and don’ts (26/03/2020)

Kan ik sporten onder de huidige corona maatregelen?

Algemeen

Sinds 18 maart 2020 12h en dit tot minstens 5 april 2020 heeft de regering speciale maatregelen in het leven geroepen om de verspreiding van het Covid-19 virus, ook wel het corona virus genoemd, te beperken.

Deze maatregelen – ook wel de lockdown genoemd – zijn belangrijk en moeten nagevolgd worden.
Het is niettemin belangrijk om als (recreatieve) sporter te weten welke de juridische contouren van deze maatregelen zijn.
Wat mag en wat mag niet? Mag ik lopen, fietsen, wandelen, skeeleren of skateboarden? Er blijkt nog veel verwarring te bestaan.

Het huidig ministerieel besluit waarop U (en iedereen) zich moet baseren is het Ministerieel Besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken:  http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2020-03-23&numac=2020030347#top 

Artikel 8

Het eerste artikel dat in dit opzicht dient te worden geanalyseerd is het artikel 8 van het Besluit dat stelt:

“De personen zijn ertoe gehouden thuis te blijven. Het is verboden om zich op de openbare weg en in openbare plaatsen te bevinden, behalve in geval van noodzakelijkheid en omwille van dringende redenen zoals:”

Iedereen moet thuis blijven en het is verboden om zich op een openbare weg of openbare plaats te begeven.

Dit geldt niet als er sprake is van een noodzakelijkheid of een dringende reden.
Elke noodzakelijkheid of dringende reden is derhalve voldoende om zich op de openbare weg of de openbare plaats te begeven.
Dit is niet beperkt tot de hieronder opgesomde voorbeelden.

Vervolgens geeft men een aantal voorbeelden die hieronder kunnen worden begrepen.
Dit  betreft onder meer het zich begeven tot bankautomaten of het zorgen voor oudere mensen:

“- zich te begeven van en naar de plaatsen waarvan de opening toegelaten is op basis van de artikelen 1 en 3;
– toegang te hebben tot bankautomaten en postkantoren;
– toegang te hebben tot medische zorgen;
– om bijstand en zorgen te voorzien voor oudere personen, voor minderjarigen, voor personen met een handicap en voor kwetsbare personen;
– het uitvoeren van de professionele verplaatsingen, met inbegrip van het woon-werkverkeer.
– Situaties bedoeld in artikel 5, alinea 2.”

Voor de sporters en atleten onder ons is art. 5, alinea 2 van groot belang.

Een kanttekening die dient te worden gemaakt  is dat deze voorbeelden ons inziens enkel gelden voor zover ze noodzakelijk zijn.
Diverse malen op één dag naar de bankautomaat gaan lijkt ons bijvoorbeeld niet toegestaan.

Artikel 5, alinea 2

In artikel 5, alinea 2 van het Ministerieel Besluit worden twee bijkomende voorbeelden gegeven van wat wordt beschouwd als zijnde noodzakelijk genoeg om zich op de openbare weg te begeven:

“- activiteiten in intieme of familiale kring en begrafenisceremonies;
– Een buitenwandeling met de leden van de familie die onder hetzelfde dak wonen vergezeld met een andere persoon, de beoefening van een individuele fysieke activiteit of met de familieleden die onder hetzelfde dak wonen of telkens een zelfde vriend, dit alles met respect van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.”

Het laatste voorbeeld is belangrijk voor de sporters onder ons.

Welke fysieke activiteiten zijn toegelaten en met wie?

Een buitenwandeling

Een eerste element dat als noodzakelijk wordt beschouwd, is een buitenwandeling.

De buitenwandeling is niet gedefinieerd, maar spreekt ons inziens voor zich.

Ons inziens betekent dit dat enkel wandelen is toegelaten en dat het stilzitten op een publieke bank of op een grasveld dan weer niet toegelaten is.

Deze buitenwandeling is toegelaten met zowel de leden van de familie die onder hetzelfde dak wonen als met een andere persoon.

Deze definiëring is anders dan bij de fysieke activiteit (onderstaand) en betekent dat “familie onder hetzelfde dak” en “een andere persoon” mogen worden gecombineerd tijdens eenzelfde wandeling.

Let op: een huisgenoot wordt ons inziens niet per definitie aanzien als een lid van de familie die onder hetzelfde dak woont.
Dit betekent bijvoorbeeld dat drie personen die samenwonen maar geen familie zijn niet met drie samen mogen gaan wandelen.

Een fysieke activiteit

Het tweede element dat als een toegelaten noodzakelijk voorbeeld wordt beschouwd is de beoefening van een individuele fysieke activiteit.

De bewoording “individuele fysieke activiteit” is vaag en behelst ons inziens veel. Naast de klassiekers als lopen, fietsen en skeeleren houdt dit in principe elke andere fysieke activiteit in die alleen beoefend kan worden en waarbij 1,5m afstand kan worden gehouden met andere personen.

Buiten stretchen in een park, aerobics in een park, skateboarden op een parking of jongleren zijn volgens ons allen toegelaten individuele fysieke activiteiten.
Volleybal of basketbal met twee personen is dan weer niet toegelaten volgens ons en dit omdat dit geen “individuele” fysieke activiteit betreft.

In tegenstelling tot bij de buitenwandeling moet hierbij een keuze van partners worden gemaakt.
Of men kiest om eenzelfde fysieke activiteit uit te voeren met familieleden die onder hetzelfde dak wonen (twee, drie of meerdere personen) of met een vriend.
De combinatie kan niet en de externe vriend dient altijd dezelfde te blijven.

Hoever of hoelang mag ik wandelen, lopen of fietsen?

In de media werden vandaag, 26 maart 2020, berichten verspreid als zijnde dat het zou verboden zijn om “grotere afstanden (+40 of +50km)” af te leggen bij deze buitenwandelingen of andere fysieke activiteiten.

Alwaar uit het ministerieel besluit kan worden afgeleid dat het voertuig niet kan worden gebruikt om zich te verplaatsen naar een plaats om aldaar een buitenwandeling of fysieke activiteit uit te voeren, wordt de afstand van de fysieke activiteit niet bepaald.

Op basis van het huidig ministerieel besluit lijkt het ons perfect verdedigbaar dat men grotere afstanden mag fietsen of wandelen dan de in de media aangegeven 40 of 50km.

Het enig argument waarop zou kunnen worden beroep gedaan voor deze beperking is de term “noodzakelijkheid” in art. 8.
De voorbeelden zijn ons inziens immers enkel toegelaten voor zover ze noodzakelijk (en dringend) zijn.
Door de voorbeelden in het ministerieel besluit toe te voegen mag er evenwel vanuit gegaan worden dat ze noodzakelijk en dringend zijn.
De vraag die evenwel kan gesteld worden is of dit dan ook ongelimiteerd is.
Men zou een beperkte wandeling of fysieke activiteit als noodzakelijk kunnen beschouwen en een lange wandeling of fysieke activiteit als niet-noodzakelijk kunnen beschouwen.
Gelet op het gebrek aan definiëring en correcte afbakening lijkt ons de rechtszekerheid hiermee in het gedrang te komen en lijkt deze argumentatie juridisch niet overeind te kunnen blijven.

Wat met de toekomst (tijdens en na corona)?

Het is uiteraard mogelijk dat er in de (nabije) toekomst beslist wordt om de maatregelen in het kader van de corona-crisis uit te breiden en te verscherpen.

In dit geval lijkt het ons wel mogelijk om verdere beperkingen op te leggen.

 

Sportadvocaten.be wenst er evenwel op te wijzen dat de gezondheid van Uzelf en uw omgeving voorop staat.
Sporten is gezond maar doe dit op een verantwoorde wijze, respecteer de maatregelen en blijf naast het sporten zoveel als mogelijk thuis.
Alleen op deze wijze geraken wij van het corona / covid-19 virus vanaf.
Wij menen niettemin dat de maatregelen voor iedereen duidelijk en begrijpbaar moeten zijn. 


Arbitrage in de sport

Definitie en kenmerken van arbitrage in de sport

Arbitrage is een rechtsfiguur waarbij partijen overeenkomen een bestaand of toekomstig geschil ter beslechting voor te leggen aan een derde, de arbiter genoemd.

Het belangrijkste kenmerk van arbitrage is het vrijwillige karakter ervan. Op basis van de wilsautonomie kunnen partijen immers beslissen om een bepaald geschil te onttrekken aan de statelijke rechter en voor te leggen aan een arbiter. Arbitrage is slechts geldig wanneer elke partij zich daarmee uitdrukkelijk akkoord heeft verklaard. Het vormt immers een uitzondering op het principiële recht op toegang tot de rechter.

Voorwaarden van sportarbitrage

Arbitrage in de sport of sportarbitrage is een inherent onderdeel van de sport geworden. De reglementen van sportorganisaties bevatten vaak arbitrageclausules. Net zoals bij tuchtrecht is een sporter die lid is van een club die bij een sportorganisatie is aangesloten, ook onderworpen aan het reglement van die sportorganisatie.

Ondanks meerdere kritische bedenkingen vanuit de doctrine aanvaardt de rechtspraak in de overgrote meerderheid van de gevallen dat een dergelijk arbitrageclausule de wilsautonomie van de partijen in voldoende mate respecteert. Een arbitrageclausule opgenomen in de reglementen van een sportorganisatie is dus geldig. Recent was er in België echter een opvallende beslissing van het Hof van Beroep te Brussel te noteren waarin  arbitrage clausule van de FIFA niet als geldig werd beschouwd. Deze uitspraak kwam er naar aanleiding van een procedure tussen de FIFA en RFC Seraing in het kader van een geschil over het Third Party Ownership. Dit arrest kreeg veel internationale weerklank (voor meer informatie, zie link).

Niet elk sportgeschil is vatbaar voor arbitrage. Luidens artikel 9 van de wet betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars kunnen werkgever en sporter niet vooraf overeenkomen om een geschil omtrent de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst aan arbitrage te onderwerpen. De Vlaamse decreetgever stelt op zijn beurt in artikel 7 van het decreet tot vaststelling van het statuut van de niet-professionele sportbeoefenaar dat er geen overeenkomst tot arbitrage kan worden gesloten voor het ontstaan van een geschil.

In het Gerechtelijk Wetboek wordt een afdeling gewijd aan arbitrage. De artikelen 1676 t.e.m. 1723 Ger.W. bepalen onder welke voorwaarden een arbitrale uitspraak geldig is. Artikel 1717 Ger.W. bevat de gronden waarop een arbitrale beslissing vernietigd kan worden door de rechtbank van eerste aanleg. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de beslissing onvoldoende gemotiveerd is of wanneer de uitspraak in strijd is met de openbare orde.

Interne en externe arbitrage

Sportorganisaties voorzien vaak in interne geschillenbeslechtingsmechanismen. Tegen deze beslissingen staat meestal een beroepsmogelijkheid open bij een externe arbitrage instantie zoals het Belgisch Arbitragehof voor de Sport (BAS) of het Court of Arbitration for Sports (CAS).

Belgisch Arbitragehof voor de Sport ( BAS )

In 2012 werd de toenmalige Belgische Arbitragecommissie voor de Sport (link), opgericht door het BOIC, vervangen door het Belgisch Arbitragehof voor de Sport. In de vorm van een VZW behandelt het BAS geschillen in sportaangelegenheden die hem toegekend worden door de reglementen van sportorganisaties of door een arbitrageovereenkomst.

Een zaak wordt behandeld door 3 arbiters die een college vormen. Elke partij kan een arbiter kiezen uit een lijst, opgesteld door de Benoemingscommissie. De twee gekozen arbiters kiezen op hun een beurt een derde arbiter, die als voorzitter zal zetelen.

In de statuten van het BAS wordt expliciet vermeld dat deel VI van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing is op de door het Arbitragehof behandelde geschillen. Artikel 27 van het BAS-reglement bepaalt dat de arbitrale uitspraak in laatste aanleg wordt gedaan. O.b.v. artikel 1717 Ger. W. is een vordering tot vernietiging bij de rechtbank van eerste aanleg echter altijd mogelijk.

Zoals reeds in een vorige bijdrage werd vermeld doet het BAS niet enkel aan arbitrage. In veel zaken fungeert het als beroepsinstantie tegen beslissingen genomen door interne tuchtrechtelijke instanties van sportorganisaties.

Court of Arbitration for Sports ( CAS )

Het Court of Arbitration for Sports (link) werd opgericht in 1984 in Lausanne, Zwitserland. Na de zaak-Gundel in 1994, waarbij haar onafhankelijkheid t.o.v. het IOC in vraag werd gesteld, onderging het CAS enkele hervormingen.

Het CAS telt meerdere afdelingen, Divisions genoemd, waarin verschillende types van geschillen beslecht worden. De Ordinary Arbitration Division behandelt geschillen die haar d.m.v. een arbitrageovereenkomst voorgelegd worden.

De afdeling waarin de meeste zaken behandeld worden is de Appeals Arbitration Division. Zoals gezegd voorzien sportorganisaties immers vaak in een beroepsmogelijkheid bij het CAS tegen beslissingen genomen door een interne arbitrage instantie.

De Ad Hoc Division is bevoegd voor geschillen die tijdens grote sportevenementen ontstaan en waarbij dus een zekere spoed vereist is.

Tegen een beslissing van het CAS kan men een vordering tot vernietiging instellen bij het Zwitserse Federale Hof o.b.v. de gronden opgesomd in artikel 190 van de Zwitserse Federal Code on Private International Law (PILA).

Vragen over arbitrage (binnen de sport of daarbuiten)? Aarzel niet om ons te contacteren via het telefoonnummer 09/334.94.70, via het contactformulier of via sport@everest-law.be

Reeks geschillenbeslechting in de sport: Inleidend artikel tuchtrecht 

 


Tuchtrecht in de sport

Definitie en kenmerken van tuchtrecht

Tuchtrecht, al dan niet sport gerelateerd, kan gedefinieerd worden als het geheel van gedragsregels die gelden binnen een bepaalde (beroeps)groep. Zo is tuchtrecht vaak voorkomend in het onderwijs, binnen de politie of bij gereglementeerde beroepen zoals de orde van advocaten of de orde van architecten. Deze regels dienen de interne cohesie en de externe reputatie van de (beroeps)groep te waarborgen. Ook sportorganisaties of sportfederaties stellen tuchtreglementen op waaraan hun leden zich moeten houden.

Men kan enerzijds rechtstreeks lid zijn van een sportorganisatie. Een voetbalclub is bijvoorbeeld aangesloten bij de nationale voetbalbond, waarvan de club het tuchtreglement dus moet respecteren.

Anderzijds is ook een onrechtstreeks lidmaatschap mogelijk. Een voetballer zal door de arbeidsovereenkomst die hem aan een club bindt ook gebonden zijn door het tuchtreglement van de sportorganisatie waarvan de club lid is. De arbeidsovereenkomst zal een verwijzing naar dit tuchtreglement bevatten.

Intern tuchtrecht

De overtreding van een tuchtregel geeft aanleiding tot een procedure voor een tuchtrechtelijk orgaan. In eerste instantie zal dit een interne tuchtrechtelijke commissie van de sportorganisatie zelf zijn. Een inbreuk op het bondsreglement van de KBVB zal bijvoorbeeld aanleiding geven tot een procedure voor de Geschillencommissie voor het Profvoetbal. Hetzelfde principe vindt men ook op internationaal niveau. De FIFA heeft meerdere tuchtrechtelijke organen, waaronder bv. het Disciplinary Committee dat inbreuken op de Disciplinary Code bestraft.

Extern tuchtrecht

Na een interne procedure krijgen leden van een sportorganisatie vaak de mogelijkheid om beroep aan te tekenen bij een externe tuchtrechtsinstantie. In België is dit het Belgisch Arbitragehof voor de Sport (BAS – link). Dit orgaan is in eerste instantie opgericht om geschillen tussen actoren uit de sportwereld via arbitrage te beslechten. Daarnaast fungeert het BAS als tuchtrechter voor beslissingen van sportorganisaties waartegen beroep is aangetekend als de betrokken sportorganisatie een beroepsmogelijkheid bij het BAS voorziet. Op internationaal vlak wordt het Court of Arbitration for Sports (CAS – link) door sportorganisaties algemeen erkend als hoogste tuchtorgaan.

Procedurele waarborgen

Gelet op de impact die een tuchtrechtelijke beslissing kan hebben op de carrière van een sporter dient een sportorganisatie te voorzien in een behoorlijke tuchtrechtspleging. Sinds het arrest Le Compte van het Hof van Justitie dienen de procedurele waarborgen, zoals vermeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, gerespecteerd te worden. Dit geldt echter enkel wanneer de private belangen van de sporter op het spel staan. Een voorbeeld hiervan is de tuchtprocedure ten gevolge van een dopingovertreding. Deze procedure kan leiden tot een schorsing van de betrokken atleet, waardoor deze zijn loopbaan tijdelijk moet onderbreken.

De Vlaamse decreetgever heeft in artikel 8 van het decreet tot vaststelling van het statuut van de niet-professionele sportbeoefenaar expliciet enkele procedurele waarborgen verplicht gesteld voor tuchtprocedures m.b.t. amateursporters. Deze kunnen echter mutatis mutandis ingeroepen worden in elke sportrechtelijke tuchtzaak.

Partijen hebben in een tuchtprocedure onder meer het recht om gehoord te worden, om inzage te krijgen in het dossier, om hoger beroep aan te tekenen en om een gemotiveerde beslissing te verkrijgen.

Rechterlijk toezicht

Na afloop van de tuchtprocedure kan men geen volwaardig hoger beroep instellen bij de gewone rechter. Wel kan de rechter een beperkt toezicht uitoefenen op de uitspraak van het tuchtorgaan indien alle interne rechtsmiddelen werden uitgeput. Enerzijds kan hij nagaan of de rechten van verdediging wel in voldoende mate werden gewaarborgd en of de sportorganisatie haar eigen reglementen heeft nageleefd.

Anderzijds kan ook de inhoud van de beslissing onderworpen worden aan een toetsing, zij het slechts marginaal. Enkel wanneer de beslissing van een tuchtorgaan kennelijk onredelijk is mag de rechter deze beslissing vernietigen.

Vragen over tuchtrecht (binnen de sport of daarbuiten)? Wenst U hulp bij het opstellen van een tuchtreglement? Aarzel niet om ons te contacteren via het telefoonnummer 09/334.94.70, via het contactformulier of via sport@everest-law.be

Reeks geschillenbeslechting in de sport: Inleidend artikel (link) – arbitrage (link – nog niet beschikbaar)


Geschillenbeslechting in de sport

Geschillenbeslechting in de sport

Georganiseerde sportbeoefening kent de laatste decennia een verregaande modernisering, zowel op organisatorisch als op structureel vlak. Dat brengt onvermijdelijk een toenemende juridisering met zich mee. Steeds meer aspecten van sportbeoefening behoeven immers specifieke reglementering. Als gevolg hiervan groeit ook het aantal sport gerelateerde geschillen. De geschillenbeslechting in de sport heeft de laatste jaren een belangrijke plaats binnen de rechtspraktijk ingenomen.

De sportwereld wil zich van oudsher autonoom organiseren. Ook op het vlak van conflictbeslechting wil men elke vorm van overheidsinmenging vermijden. Dat zou er immers onder meer toe kunnen leiden dat transnationale sportrechtsregels verschillend uitgelegd worden, afhankelijk van de jurisdictie waarin ze worden opgeworpen.

Om de uniforme toepassing van sportrechtsregels, alsook de inachtneming van de specifieke kenmerken van sport te garanderen, heeft de sportwereld eigen geschillenbeslechtingsmechanismen ontwikkeld.

De twee meest gehanteerde technieken van de geschillenbeslechting in de sport zijn het tuchtrecht en de arbitrage. In de volgende twee bijdragen wordt elk van beide mechanismen kort toegelicht.

Reeks geschillenbeslechting in de sport: tuchtrecht (link – nog niet beschikbaar) – arbitrage (link – nog niet beschikbaar)

geschillenbeslechting

 

 

 


Geneeskundige zorg (operatie, revalidatie, …) in het buitenland

Voorafgaandelijk

Als een sporter een blessure oploopt of dient te revalideren wenst hij de beste en meest gespecialiseerde zorgen waardoor geneeskundige zorg, zoals een operatie of een revalidatie, zich soms in het buitenland opdringt.

In de ééngemaakte markt van de Europese Unie is dit in veel gevallen mogelijk doch niet vanzelfsprekend.

De ervaring leert dat veel mutualiteiten hierin  erg terughoudend zijn en niet altijd een even correct zicht hebben op de wetgeving.

Diverse mutualiteiten staan buitenlandse geneeskundige zorg in een andere lidstaat van de Europese Unie niet toe of eisen dat U kunt aantonen dat er gunstiger geneeskundige voorwaarden zijn in het buitenland.

Onderstaand bespreken we een aantal belangrijke rechten waarop U zich kunt beroepen.

Onderhavig artikel toont bovendien aan dat sportrecht (of “recht van toepassing op sporters”)  een erg ruim begrip is waarbij diverse rechtsdomeinen aan bod komen.

 

De richtlijn 2011/24/EU van 9 maart 2011 en de omzetting in de Belgische wetgeving

Er is uiteraard andere Europese wetgeving zoals de verordeningen 883/2004 en 987/2009 maar ons inziens biedt de richtlijn 2011/24/EU de meeste voordelen en garanties (link).

Een “richtlijn” is een rechtshandeling die een bepaald doel vastlegt dat alle EU-landen moeten bereiken. Maar zij mogen zelf de wetgeving vaststellen om dat doel te bereiken.

Een richtlijn is dus niets vrijblijvend en kan worden getoetst door het Europees Hof van Justitie.

De richtlijn werd onder meer omgezet in het artikel 294, en meer bepaald in §1, 13° en 14°, van het Koninklijk Besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkering.

De grondslag voor het desbetreffend artikel vindt men in het artikel 136 van de Wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.

De richtlijn zelf kan worden beschouwd als de codificatie van de door de rechtspraak gecreëerde “Kohll-Deckerprocedure” gebaseerd op het arrest Kohhl (HvJ C-158/96, Kohll, Jur. 1998, 1-01931.

Zij kwam er nadat de gezondheidsdiensten een aantal maal werd veroordeeld door het Europees Hof van Justitie vanwege inbreuken op het vrij verkeer van diensten binnen de gezondheidszorg.

Europese rechtspraak heeft immers al geruime tijd uitgemaakt dat gezondheidsdiensten economische diensten zijn waarop het vrij verkeer van diensten en de vrijheid van vestiging van toepassing zijn.

(Voor meer informatie: PEETERS, M., “Richtlijn 2011/24 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg: impact op de (Belgische Gezondheidszorg), T.Gezondheidszorg, 2011, 11/12, p. 94 ev.)

 

Wat bepaalt de richtlijn?

Artikel 7 van de richtlijn (omgezet in art. 294, §1, 13°) stelt het algemeen principe voorop dat er in beginsel géén voorafgaande toestemming vereist is voor de terugbetaling van grensoverschrijdende gezondheidszorg:

“Artikel 7

                Algemene beginselen voor de terugbetaling van kosten

7.8 Onverminderd de in artikel 8 bedoelde gevallen stelt de lidstaat van aansluiting de terugbetaling van kosten van grensoverschrijdende gezondheidszorg niet afhankelijk van voorafgaande toestemming.”

 

Enkel in een erg beperkt aantal omschreven gevallen, op basis van artikel 8 en 9 van de Richtlijn (omgezet in art. 294, §1, 13° van het KB van 3 juli 1996), kan er een voorafgaande toestemming vereist zijn:

“Artikel 8

                Gezondheidszorg die aan voorafgaande toestemming kan worden onderworpen

De lidstaat van aansluiting kan voorzien in een systeem van voorafgaande toestemming voor de terugbetaling van kosten van grensoverschrijdende gezondheidszorg overeenkomstig dit artikel en artikel 9.

Het systeem van voorafgaande toestemming, met inbegrip van criteria en de toepassing daarvan alsook individuele besluiten waarbij voorafgaande toestemming wordt geweigerd, wordt beperkt tot hetgeen noodzakelijk en evenredig is om het doel te bereiken en mag geen middel tot willekeurige discriminatie of een ongerechtvaardigde belemmering voor het vrije verkeer van patiënten vormen.

Dit is onder meer het geval wanneer de gezondheid van de patiënt / sporter in het gedrang komt, zoals het geval kan zijn bij experimentele behandelingen.

In art. 8.2 van de Richtlijn wordt dit verder uiteengezet.

Belangrijk is dat deze gevallen conform art. 8.7 van de Richtlijn publiekelijk bekend moeten worden gemaakt:

“8.7: De lidstaat van aansluiting maakt publiekelijk bekend voor welke gezondheidszorg ten behoeve van deze richtlijn voorafgaande toestemming vereist is en alle dienstige informatie over de regeling van voorafgaand toestemming.”

Indien aan al deze voorwaarden voldaan is kan men een voorafgaande toestemming vereisen.

Maar ook in dit geval, indien de voorafgaande toestemming vereist is, kan men slechts in een beperkt aantal gevallen tot weigering overgaan.

 

Advies

In principe hebt U recht op de terugbetaling van geneeskundige zorg in een andere lidstaat van de Europese Unie.

Slechts in een beperkt aantal gevallen kan men toestemming vereisen en kan men vervolgens slechts onder bepaalde omstandigheden deze toestemming weigeren.

Het is niettemin te adviseren om een officieel verzoek te richten aan de mutualiteit met de vraag of de geplande behandeling valt onder de verplichte voorafgaande toestemming.

In de meeste gevallen zal men U moeten meedelen dat dit niet het geval is.

In de andere gevallen hebt U het recht om te vragen op basis van welke criteria conform de richtlijn deze toestemming vereist is en waar dit publiekelijk bekend werd gemaakt.

Bovendien bent U dan in de mogelijkheid om formeel om toestemming te verzoeken.

Deelt men U niets mee, hebt U een bijkomend element om later te argumenteren dat de verplichte voorafgaande toestemming U niet bekend werd gemaakt en er dus alsnog terugbetaling moet volgen.

Verdere vragen? Aarzel niet om ons te contacteren via het nummer 09/334.94.70, via het contactformulier of via sport@everest-law.be.

 

 


Vacature: studentenjob / stage in het sportrecht – Gent

Wegens de aanhoudende groei binnen het departement sportrecht van het advocatenkantoor Everest zijn wij op zoek naar een gemotiveerde, al dan niet afgestudeerde, student Rechten en dit gedurende meerdere maanden voor een vier à acht uur per week.

Gedurende de stage zal je actief zijn binnen het departement sportrecht maar zal je afhankelijk van jouw interesses ook kennismaken met andere rechtsdomeinen.

Je zal kennismaken met en meewerken aan sportdossiers in diverse sporten en domeinen. Wij werken zowel voor sporters als voor bedrijven, clubs, federaties en supporters.

Je takenpakket houdt onder meer het volgende in: het opstellen van voorbereidende nota’s, het meewerken aan procedures, het schrijven van juridische artikels / blogberichten, het opvolgen van sociale media, het organiseren van events, etc.

Wij verwachten een zelfstandige en gemotiveerde student met een interesse en enige voorkennis in het sportrecht. Vergoeding overeen te komen.

Geïnteresseerd in een eerste kennismaking met het sportrecht in de praktijk? Stuur dan een motivatiebrief met uw CV en uw puntenlijsten naar sport@everest-law.be. Vermeld in de motivatiebrief in welke periode en op welke tijdstippen je beschikbaar bent.

Everest heeft kantoren in Gent, Brussel, Antwerpen en Brugge maar het departement sportrecht opereert in hoofdzaak vanuit Gent.

Veel meer dan de individuele advocaat gespecialiseerd in sportrecht heeft het departement sportrecht binnen Everest de troef om te zijn ingebed binnen een in België groot en gereputeerd ondernemingsadvocatenkantoor (https://www.everest-law.eu/nl). Dit zorgt voor een unieke kruisbestuiving tussen het sportdepartement en de overige departementen – zoals de departementen sociaal recht, fiscaal recht,… –  waarmee ook de sporter, de sportclub of de sportfederatie in aanraking komt. Deze wisselwerking biedt de opportuniteit om een volledige juridische begeleiding aan de sporter, sportclub, sportfederatie of zelfs evenementorganisator aan te bieden.