Op 7 maart 2025 keurde de algemene vergadering van het Litouws Nationaal Olympisch Comité de begroting voor 2025 goed. Elke olympische sport kreeg 40.000 euro, behalve de biatlonfederatie, de wielerfederatie, de atletiekfederatie en de tennisunie van Litouwen, die samen 160.000 euro misliepen. De vier tekenden samen beroep aan bij het CAS, en de uitspraak van 14 januari 2026 is gepubliceerd.
Wat eraan voorafging
De vier federaties zijn lid van het olympisch comité en ook van de nationale koepel van sportfederaties. Die koepel diende op 30 mei 2024 een voorstel in bij de bevoegde commissie van het Litouwse parlement. Het voorstel vroeg om een uitzondering te schrappen die de regering voor het olympisch comité had bedacht in de sportwet, over de rotatie van bestuurders. Het parlement nam de wet op 27 juni 2024 aan zonder die uitzondering.
Op 24 februari 2025 gaf het uitvoerend comité de vier federaties een waarschuwing. Datzelfde comité legde daarna twee ontwerpbegrotingen voor aan de algemene vergadering. Ontwerp 1 gaf 40.000 euro aan elk van 36 olympische sporten, met uitsluiting van de vier. Ontwerp 2 telde 40 sporten. Het verschil was 160.000 euro. De algemene vergadering koos ontwerp 1.
Waarom het CAS bevoegd was
De bevoegdheid stond in de statuten van het comité zelf. Artikel 70 bepaalt dat elke beslissing van de bestuursorganen bij het CAS kan worden aangevochten, dat het CAS definitief beslist volgens de CAS-Code, en dat de termijn eenentwintig dagen bedraagt vanaf de datum van de beslissing.
Dat is precies wat artikel R47 van de CAS-Code vraagt. Het comité betwistte de bevoegdheid niet en bevestigde ze door de Order of Procedure te ondertekenen.
De vier dienden hun verklaring van beroep in op 17 maart 2025, tien dagen na de algemene vergadering, samen in één procedure onder de artikelen R47 en R48. De arbiter stelde vast dat het beroep tijdig was en aan de vormvereisten voldeed.
Litouws recht besliste de zaak
Artikel R58 van de CAS-Code wijst het toepasselijke recht aan: eerst de reglementen die gelden, dan het recht dat de partijen kozen, en bij gebreke daarvan het recht van het land waar het orgaan zijn zetel heeft. Hier waren dat de statuten van het comité en het Litouwse recht.
Het scharnier was artikel 2.82, vierde lid, van het Litouwse burgerlijk wetboek. Een beslissing van een orgaan van een rechtspersoon kan nietig worden verklaard wanneer ze strijdt met dwingende wetsbepalingen, met de oprichtingsdocumenten van die rechtspersoon, of met de beginselen van redelijkheid en goede trouw. Een zaak bij het CAS tegen een nationaal orgaan loopt dus vaak op nationaal verenigingsrecht.
Wat de arbiter besliste
Het beroep, geregistreerd als CAS 2025/A/11265, werd gedeeltelijk toegewezen.
- De waarschuwing van 24 februari 2025 werd vernietigd. Artikel 33 van de statuten laat een waarschuwing alleen toe na een beoordeling van de ernst van de feiten en van de schade of de inbreuk. Het comité had geen concrete schade of inbreuk aangewezen.
- De tweede aangevochten beslissing van het uitvoerend comité bleef overeind, maar alleen omdat het beroep ertegen zonder voorwerp was geworden.
- De begroting 2025 van de algemene vergadering werd vernietigd.
Voor die vernietiging steunde de arbiter op twee artikelen uit de statuten zelf. Artikel 81 somt op waaraan de middelen van het comité besteed moeten worden, en de 160.000 euro werd bij de vier weggehaald zonder aan een andere post te worden toegewezen. Artikel 13.6 verbindt het comité ertoe elke discriminatie te bestrijden, ook op politieke grond, en het enige criterium voor de uitsluiting was het standpunt van de koepel waarvan de vier lid zijn.
Een meerderheidsstemming maakt dat niet goed, want een besluit van een bestuursorgaan voldoet niet aan de eis van redelijkheid en goede trouw alleen omdat de meerderheid het steunt. Anders kan een meerderheid een minderheid straffen voor haar mening.
Wat het CAS niet deed
De vier vroegen ook om het comité te bevelen een nieuwe algemene vergadering bijeen te roepen en ontwerp 2 goed te keuren. Die vraag werd afgewezen. Zo’n bevel gaat volgens de arbiter de bevoegdheid van het CAS te buiten en grijpt te ver in de interne autonomie van het comité in.
Het CAS haalt dus een beslissing weg, maar het bestuurt uw vereniging niet in haar plaats. De kostenbeslissing is in de gepubliceerde versie van de uitspraak weggelaten.
Wat een federatiebestuur hieruit meeneemt
- Lees het beroepsbeding in uw eigen statuten voor er een conflict is. Hier stond het in artikel 70, met eenentwintig dagen vanaf de datum van de beslissing.
- Een beslissing van uw eigen koepel of olympisch comité is aanvechtbaar, ook als ze over geld gaat en niet over tucht.
- Federaties kunnen samen beroep aantekenen en één procedure delen.
- Notulen wegen zwaar: deze zaak werd grotendeels beslist op wat er in de verslagen van de vergaderingen stond.
- Vraag u af welke uitkomst u wil, want vernietigt het CAS de beslissing, dan krijgt u een nieuwe stemming en geen geld.
Onze pagina over sportfederaties beschrijft hoe we bestuursorganen bijstaan, en de pagina over arbitrage zet de procedure voor het CAS uiteen. Wat een dossier kost, zeggen we voor we beginnen.
Verdere vragen? Aarzel niet om ons te contacteren via het nummer 09/334.94.70, via het contactformulier of via sport@everest-law.be.