+32 9 334 94 70

BAS

Tag Archives

Arbitrage in de sport

Definitie en kenmerken van arbitrage in de sport

Arbitrage is een rechtsfiguur waarbij partijen overeenkomen een bestaand of toekomstig geschil ter beslechting voor te leggen aan een derde, de arbiter genoemd.

Het belangrijkste kenmerk van arbitrage is het vrijwillige karakter ervan. Op basis van de wilsautonomie kunnen partijen immers beslissen om een bepaald geschil te onttrekken aan de statelijke rechter en voor te leggen aan een arbiter. Arbitrage is slechts geldig wanneer elke partij zich daarmee uitdrukkelijk akkoord heeft verklaard. Het vormt immers een uitzondering op het principiële recht op toegang tot de rechter.

Voorwaarden van sportarbitrage

Arbitrage in de sport of sportarbitrage is een inherent onderdeel van de sport geworden. De reglementen van sportorganisaties bevatten vaak arbitrageclausules. Net zoals bij tuchtrecht is een sporter die lid is van een club die bij een sportorganisatie is aangesloten, ook onderworpen aan het reglement van die sportorganisatie.

Ondanks meerdere kritische bedenkingen vanuit de doctrine aanvaardt de rechtspraak in de overgrote meerderheid van de gevallen dat een dergelijk arbitrageclausule de wilsautonomie van de partijen in voldoende mate respecteert. Een arbitrageclausule opgenomen in de reglementen van een sportorganisatie is dus geldig. Recent was er in België echter een opvallende beslissing van het Hof van Beroep te Brussel te noteren waarin  arbitrage clausule van de FIFA niet als geldig werd beschouwd. Deze uitspraak kwam er naar aanleiding van een procedure tussen de FIFA en RFC Seraing in het kader van een geschil over het Third Party Ownership. Dit arrest kreeg veel internationale weerklank (voor meer informatie, zie link).

Niet elk sportgeschil is vatbaar voor arbitrage. Luidens artikel 9 van de wet betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars kunnen werkgever en sporter niet vooraf overeenkomen om een geschil omtrent de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst aan arbitrage te onderwerpen. De Vlaamse decreetgever stelt op zijn beurt in artikel 7 van het decreet tot vaststelling van het statuut van de niet-professionele sportbeoefenaar dat er geen overeenkomst tot arbitrage kan worden gesloten voor het ontstaan van een geschil.

In het Gerechtelijk Wetboek wordt een afdeling gewijd aan arbitrage. De artikelen 1676 t.e.m. 1723 Ger.W. bepalen onder welke voorwaarden een arbitrale uitspraak geldig is. Artikel 1717 Ger.W. bevat de gronden waarop een arbitrale beslissing vernietigd kan worden door de rechtbank van eerste aanleg. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de beslissing onvoldoende gemotiveerd is of wanneer de uitspraak in strijd is met de openbare orde.

Interne en externe arbitrage

Sportorganisaties voorzien vaak in interne geschillenbeslechtingsmechanismen. Tegen deze beslissingen staat meestal een beroepsmogelijkheid open bij een externe arbitrage instantie zoals het Belgisch Arbitragehof voor de Sport (BAS) of het Court of Arbitration for Sports (CAS).

Belgisch Arbitragehof voor de Sport ( BAS )

In 2012 werd de toenmalige Belgische Arbitragecommissie voor de Sport (link), opgericht door het BOIC, vervangen door het Belgisch Arbitragehof voor de Sport. In de vorm van een VZW behandelt het BAS geschillen in sportaangelegenheden die hem toegekend worden door de reglementen van sportorganisaties of door een arbitrageovereenkomst.

Een zaak wordt behandeld door 3 arbiters die een college vormen. Elke partij kan een arbiter kiezen uit een lijst, opgesteld door de Benoemingscommissie. De twee gekozen arbiters kiezen op hun een beurt een derde arbiter, die als voorzitter zal zetelen.

In de statuten van het BAS wordt expliciet vermeld dat deel VI van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing is op de door het Arbitragehof behandelde geschillen. Artikel 27 van het BAS-reglement bepaalt dat de arbitrale uitspraak in laatste aanleg wordt gedaan. O.b.v. artikel 1717 Ger. W. is een vordering tot vernietiging bij de rechtbank van eerste aanleg echter altijd mogelijk.

Zoals reeds in een vorige bijdrage werd vermeld doet het BAS niet enkel aan arbitrage. In veel zaken fungeert het als beroepsinstantie tegen beslissingen genomen door interne tuchtrechtelijke instanties van sportorganisaties.

Court of Arbitration for Sports ( CAS )

Het Court of Arbitration for Sports (link) werd opgericht in 1984 in Lausanne, Zwitserland. Na de zaak-Gundel in 1994, waarbij haar onafhankelijkheid t.o.v. het IOC in vraag werd gesteld, onderging het CAS enkele hervormingen.

Het CAS telt meerdere afdelingen, Divisions genoemd, waarin verschillende types van geschillen beslecht worden. De Ordinary Arbitration Division behandelt geschillen die haar d.m.v. een arbitrageovereenkomst voorgelegd worden.

De afdeling waarin de meeste zaken behandeld worden is de Appeals Arbitration Division. Zoals gezegd voorzien sportorganisaties immers vaak in een beroepsmogelijkheid bij het CAS tegen beslissingen genomen door een interne arbitrage instantie.

De Ad Hoc Division is bevoegd voor geschillen die tijdens grote sportevenementen ontstaan en waarbij dus een zekere spoed vereist is.

Tegen een beslissing van het CAS kan men een vordering tot vernietiging instellen bij het Zwitserse Federale Hof o.b.v. de gronden opgesomd in artikel 190 van de Zwitserse Federal Code on Private International Law (PILA).

Vragen over arbitrage (binnen de sport of daarbuiten)? Aarzel niet om ons te contacteren via het telefoonnummer 09/334.94.70, via het contactformulier of via sport@everest-law.be

Reeks geschillenbeslechting in de sport: Inleidend artikel tuchtrecht 

 


De licentie voor het profvoetbal 1A en 1B

In de media waren er de afgelopen weken een aantal ophefmakende nieuwsberichten over de aanvragen tot het bekomen van een licentie in het voetbal door de clubs in eerste klasse A en eerste klasse B. Er werden zich onder meer vragen gesteld bij de verkoopsconstructie van KV Oostende – waarbij het effectieve overnamebedrag uitgesteld zou worden betaald – en of dit door de licentiecommissie zou worden toegelaten.

Enige duiding over de precieze procedure tot het bekomen van dergelijke licentie ontbreekt evenwel of kenmerkt zich door onvolledigheid.

Deze duiding levert evenwel interessante inzichten op.

1) De procedure en de aanvraag voor het bekomen van een licentie

De procedure voor het bekomen van een licentie wordt bepaald in de artikelen P401 tot P429 van het Bondsreglement van de KBVB.

Om in Eerste Klasse A of in Eerste Klasse B aan te treden moet een club beschikken over “een licentie van club in afdeling 1A van het profvoetbal”, respectievelijk “een licentie van club in afdeling 1B van het profvoetbal”. Vanaf het seizoen 2018-2019 zullen clubs die dalen naar Eerste Klasse B of die het komend jaar in Eerste Klasse B blijven ook dienen te beschikken over “een licentie van club in afdeling 1A van het profvoetbal”.

De licenties moeten conform art. P417 Bondsreglement worden aangevraagd per aangetekend schrijven en dit tussen 1 en 15 februari voorafgaand aan het nieuwe seizoen. De licentiecommissie stelt voor deze aanvragen een standaardformulier op, waarop alle voorwaarden en vereiste bewijsstukken en attesten worden aangegeven.

Indien een club wenst aan te treden in een Europese competitie dient deze club bovendien te beschikken over een Europese licentie.

2) De voorwaarden waaraan de clubs dienen te voldoen

Wat betreft de voorwaarden die door de clubs dienen te worden voldaan staat artikel P406 van het Bondsreglement centraal.

Artikel P406 Bondsreglement bepaalt als toekenningsvoorwaarden dat de clubs (1) de verantwoordelijke rechtsperso(o)n(en) dienen op te geven ; (2) dienen aan te tonen dat de continuïteit verzekerd is; (3) dienen te voldoen aan het artikel P407 Bondsreglement; en (4) dienen te voldoen aan het artikel P408 Bondsreglement voor de clubs in 1A en aan het artikel P410 Bondsreglement voor de clubs in 1B.

In de praktijk wordt in eerste instantie nagegaan of de clubs voldoen aan de artikelen P408, dan wel P410 Bondsreglement en aan art. P407 Bondsreglement.

Enkel in het geval hieraan voldaan is – het betreft een noodzakelijke voorwaarde – wordt onderzocht  – onder meer op basis van boekhoudkundige gegevens,  verklaringen van schuldeisers en verklaringen van financierders – of de continuïteit verzekerd is.

Belangrijk hierbij is dat een licentie nooit kan worden toegekend onder voorwaarden.

De artikelen P408/P410 Bondsreglement – afhankelijk of de club aantreedt in 1A of 1B – betreffen meer technisch vereisten zoals het behalen van de diverse criteria waaraan het stadion, het speelveld, de verlichting, etc. dienen te voldoen. In de praktijk leiden deze artikelen tot weinig discussie.

Het artikel P407 Bondsreglement – dat voor alle clubs een uitgebreide reeks van algemene voorwaarden uiteenzet – is voor de meeste clubs die geen licentie behalen het grootste struikelblok.

Voorwaarden die met regelmaat tot discussie leiden betreffen onder meer:

  • Art. 407.1.4°:  het voorleggen van een controleverslag door een benoemde commissaris over het laatst afgesloten boekjaar welke voldoet aan alle wettelijke bepalingen ter zake;
  • Art. 407.1.5°: een geraamde staat van ontvangsten en uitgaven tot het einde van het seizoen waarvoor de licentie wordt aangevraagd (leningen en waarborgen waarvan de schuldeiser de terugbetaling kan eisen voor het einde van het seizoen mogen hierbij niet in rekening worden genomen);
  • Art. 407.1.6°: het bewijs leveren niet in gebreke te blijven bij de betaling van onder meer de lonen aan spelers, trainers en alle personeel en de aan R.S.Z. verschuldigde sommen (de Licentiecommissie eist onbetwistbare bewijsstukken zoals bij wijze van voorbeeld een afbetalingsplan uitgaande van de RSZ of de betalingsbewijzen van de lonen).

Wat betreft de voorwaarde opgenomen in art. 407.1.6° dat betrekking heeft op de schulden van de club staat het Bondsreglement toe dat een licentie mag worden toegekend indien de desbetreffende schulden worden betwist en waarvan de betwisting niet kennelijk onredelijk schijnt te zijn. In voorkomend geval kan het toekennen van de licentie afhankelijk worden gemaakt van het blokkeren door de club van de betwiste sommen.

Tevens bepaalt artikel P407 Bondsreglement dat een licentie niet zal worden toegekend aan een club waarvan een of meerdere verbonden juridische entiteiten eveneens verbonden zijn met een andere club in het profvoetbal.  Het artikel definieert vervolgens wat onder een verbonden juridische entiteit wordt begrepen.

Een verbonden juridische entiteit is onder meer de partij die direct of indirect over 10% of meer van de stemrechten beschikt in de schoot van de algemene vergadering van de licentie kandidaat of die op één of andere wijze een beduidende invloed uitoefent op de licentie kandidaat; en/of de partij die de bevoegdheid heeft, in feite of in rechte, om het directie comité of de vertegenwoordigers van de club bij de Pro League te benoemen.

Gelet op de bewoordingen “die op één of andere wijze een beduidende invloed uitoefent op de licentiekandidaat” en in feite of in rechte”  kan zich de vraag gesteld worden of de door de media geschetste constructie van KV Oostende hieronder niet begrepen kan worden. In dit geval zou er zich wel degelijk een probleem voor zowel KV Oostende als voor RSCA Anderlecht kunnen stellen.

3) Tussenkomende schuldeisers

Tevens belangrijk is het artikel P418 Bondsreglement dat stelt dat schuldeisers van clubs die een aanvraag indienen die menen dat met hen rekening moet worden gehouden bij de toekenning van de licentie zich kenbaar kunnen maken bij de KBVB. In voorkomend geval kan de Licentiecommissie rekening houden met de schuld van deze schuldeiser bij het al dan niet toekennen van de licentie.

Onder meer de heer Eddy WAUTERS, voormalig voorzitter van RAFC Antwerp, heeft meermaals gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.

4) De beslissing

Na het verslag van de Licentiemanager te hebben gehoord, spreekt de Licentiecommissie zich uit over de aanvraag van de club.

Ofwel kent de Licentiecommissie – indien aan alle voorwaarden is voldaan – de licentie onmiddellijk toe en moet de aanvragende club niet verschijnen voor de Licentiecommissie.

Indien de Licentiecommissie de licentie niet kan toekennen dan verzoekt zij om bijkomende stukken. Na het voorleggen van deze stukken dient de club vervolgens te verschijnen om één en ander toe te lichten op een zitting van de Licentiecommissie. Op basis hiervan oordeelt de Licentiecommissie of de vergunning al dan niet kan worden toegekend. Deze beslissing dient behoorlijk gemotiveerd te worden meegedeeld aan de club.

Artikel P419 Bondsreglement bepaalt dat er over alle licentieaanvragen in eerste aanleg een beslissing dient te zijn genomen voor 15 april voorafgaand aan het nieuwe seizoen.

5) De sanctie indien er geen licentie wordt bekomen

Iedere club die wenst uit te komen in het profvoetbal 1A of 1B moet houder zijn van de voormelde licentie.

Wordt een licentie geweigerd of werd geen licentie aangevraagd dan degradeert de club naar 1e klasse Amateurs, in zoverre ze aan de licentievoorwaarden voor 1e klasse Amateurs voldoet. Wordt de licentie bovendien geweigerd of ingetrokken doordat de club niet voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Art. P407.1.6° dan moet de club het  kampioenschap aanvangen in 2e klasse amateurs met een handicap van drie punten.

6) Verhaalsrecht bij het Belgisch Arbitragehof voor Sport

Binnen de drie dagen na de betekening van de beslissing kan de club hoger beroep aantekenen bij het Belgisch Arbitragehof voor Sport (BAS).

Ook het Bondsparket van de KBVB of een derde belanghebbende club kan tegen de beslissing tot het toekennen van de licentie beroep aantekenen.

Het BAS dient vervolgens uitspraak te doen uiterlijk op 10 mei voorafgaand aan het nieuwe seizoen.

Essentieel aan deze beroepsprocedure is dat het BAS de zaak in zijn geheel – dit betekent zowel de feiten, de stukken als de juridische argumenten – herneemt en dat zij volheid van rechtsmacht heeft. Het BAS mag hierbij rekening houden met nieuwe betalingen of akkoorden.

Dit betekent concreet dat ook in het geval de Licentiecommissie beslist om de licentie niet toe te kennen aangezien er bepaalde schulden niet werden betaald, het BAS de licentie alsnog kan toekennen indien de club naderhand deze schulden alsnog betaalt.

De club krijgt als het ware een tweede kans (en iets meer tijd) om aan de voorwaarden te voldoen.

Onder meer RAFC Antwerp heeft inmiddels meermaals en succesvol gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.

 

Verdere vragen? Aarzel niet om ons te contacteren via het nummer 09/334.94.70, via het contactformulier of via sport@everest-law.be.