+32 9 334 94 70

Blog

Pers: In 2014 nog ritwinnaar in Togo, nu advocaat voor wielrenners

Een van onze advocaten kwam recent in de pers. Lees hieronder het artikel:

pers; nieuws;


Opinie: Het IOC en het WADA stellen hun vizier eindelijk scherper

Het WADA en nu ook het IOC hebben eindelijk hun tanden ontbloot. Na maanden aandringen vanwege het WADA heeft het IOC Rusland uitgesloten van de komende Olympische Spelen te Pyeongchang.  Tot voor kort schijnbaar onaantastbare personen zoals Vitaly Mutko kregen bovendien een levenslange schorsing opgelegd voor alle toekomstige Olympische Spelen.

Individuele Russische atleten zullen niettemin onder strikte voorwaarden aan de komende Spelen kunnen deelnemen. Hierbij zullen deze atleten evenwel niet voor Rusland maar voor het Olympisch team moeten aantreden. Hoe strikt deze voorwaarden zullen zijn staat nog niet vast en dit valt enigszins te betreuren. Het IOC heeft slechts een aantal richtinggevende principes aangaande deze voorwaarden meegedeeld. Bovendien zal het IOC, hoewel er een panel van deskundigen werd aangeduid, finaal en met een discretionaire bevoegdheid beslissen over de uiteindelijke toelating van de individuele atleet tot de Spelen.

Dat er een aantal zuivere atleten zullen worden geweigerd is eveneens erg waarschijnlijk en kan bekritiseerd worden. Toch moest er een afweging worden gemaakt tussen de bewezen feiten en de geloofwaardigheid van het IOC en de sport enerzijds en de kans op een aantal onterechte weigeringen anderzijds. Deze afweging doorstaat mijn inziens, wegens een gebrek aan alternatieve sancties, de test van de proportionaliteit.

De feiten zoals geschetst door de heer Rochenkov, de klokkenluider die de bal aan het rollen bracht, en nadien beschreven en onderzocht door Professor Richard McLaren, zijn hallucinant. Zo werd er tijdens de Olympische Spelen te Sotsji naast het officiële laboratorium een geheim laboratorium opgezet waarbij er, door middel van een gat in de muur, officiële positieve stalen werden verwisseld met vervalste negatieve stalen. Deze operatie zou onder meer met medewerking van de Russische geheime diensten hebben verlopen. Het rapport van 2 december 2017, in opdracht van het IOC, en op basis waarvan de uitsluiting van Rusland werd goedgekeurd, bevestigt deze feiten en stapelt de bewijzen op.

Samen met de maatregelen die door het IAAF, de wereldatletiekbond, werden genomen tijdens de Olympische Spelen in Brazilië, focust men zich met deze schorsing eindelijk en op grote schaal op de brede omgeving van de sporter. Deze evolutie kan enkel maar worden toegejuicht.

Het gebrek aan actiemiddelen tegen de omgeving van de sporter wordt immers sedert jaar en dag als een van de grootste tekortkomingen in de strijd tegen doping beschouwd. De omgeving en de begeleiding van de sporter speelt in veel gevallen een doorslaggevende rol in het al dan niet gebruiken van doping. In een omstandig aantal gevallen wordt de sporter omringd door personen die nog meer verblind zijn door de lokroep van het succes, de roem en het geld dan de sporter zelf. De druk die de sporter hierdoor ondervindt is in bepaalde gevallen zo groot dat de sporter hieronder bezwijkt. Sporters zijn vaak slechts pionnen op een groter schaakbord, en in dit geval waarschijnlijk Poetins schaakbord.

Hoewel de omgeving van de sporter, zoals trainers, dokters, familie of in dit geval vertegenwoordigers van een land, soms strafbaar wordt gesteld door middel van nationale wetgevingen viel (valt) zij meestal door de mazen van het net.

De eerlijkheid gebiedt er weliswaar op te wijzen dat deze gewijzigde focus op de omgeving van de sporter reeds in 2015 was waar te nemen toen de derde en meest recente WADA-code in werking trad. De WADA-code definieert doping en bepaalt de bijhorende bestraffingen en procedures. Deze code wordt beschouwd als het belangrijkste wapen in de strijd tegen doping en wordt gemonitord door het WADA. De code wordt door academici beschouwd als een vorm van zacht internationaal recht die over alle aangesloten landen en sportfederaties heen afdwingbaar is. Zo stelt het IOC de aanvaarding van de WADA-code als een voorwaarde om toegelaten te worden tot de Olympische Spelen.

Een van de meest ingrijpende wijzigingen in de nieuwe WADA-code was de opname van de omgeving van de sporter in de regelgeving. Er werd vooreerst een nieuwe dopingovertreding in het leven geroepen, artikel 2.10 van de WADA-code, die atleten verbiedt om zich te associëren met atleten of begeleidend personeel die eerder werden geschorst of veroordeeld wegens dopingovertredingen.  In tweede instantie werd er aan het begeleidend personeel van de sporter een verbod opgelegd om zelf en zonder geldige reden verboden stoffen of middelen te gebruiken en / of te bezitten.

Navraag leert evenwel dat deze bepalingen en bijhorende sancties amper of niet worden toegepast en dat het begeleidend personeel in veel gevallen buiten schot blijft. Dopingonderzoeken en -vervolgingen worden dan ook al te vaak, en al te gemakkelijk, enkel en alleen op de sporter toegespitst.

Deze tekst mag vanzelfsprekend niet worden beschouwd als een vrijbrief voor sporters, en sporters blijven bovenal baas van hun eigen lichaam en beslissingen. Er zou niettemin meer aandacht moeten zijn voor de context waarin een dopingovertreding zich heeft voorgedaan en in hoeverre de omgeving van de sporter een invloed heeft gehad. Het sanctioneren van deze omgeving, zijnde het begeleidend personeel, de familie of een overheid, zal bovendien een significant grotere impact hebben in de strijd tegen doping. Een strijd waar alle betrokken partijen belang bij hebben.

De beslissing van het IOC om eindelijk en op grote schaal het probleem bij de wortel aan te pakken is in zijn kern dan ook een goede beslissing. Of een eventueel hoger beroep van Rusland de sanctie alsnog kan opheffen of wijzigen zal de toekomst moeten uitwijzen.

Mathieu Baert schreef deze opinietekst in eigen naam. 

Klik hier voor meer informatie omtrent doping.


De sportmakelaar en voetbalmakelaar

Update: Vanaf 1 juni 2019 zijn er strengere regels in werking getreden voor sportmakelaars, waaronder voetbalmakelaars, ingevolge een decreet nieuw decreet van de Vlaamse overheid. Lees onze blogpost hierover.

Update: Vanaf 1 juli 2020 zijn er nieuwe regels in werking getreden voor voetbalmakelaars ingevolge een aanpassing aan het Bondsreglement.

De sportmakelaar / voetbalmakelaar

Een sportmakelaar, in dit geval de voetbalmakelaar, wordt door de grootste sportfederatie ter wereld, de FIFA, als volgt gedefinieerd: “een natuurlijk of rechtspersoon die ofwel voor een vergoeding ofwel gratis, spelers en/of clubs vertegenwoordigt in het kader van onderhandelingen met het oog op een tewerkstellingscontract of clubs vertegenwoordigt in de onderhandelingen met het oog op het afsluiten van een transferovereenkomst“. Afhankelijk van de instelling of sportfederatie kan de definitie van het begrip evenwel sterk variëren.

Algemeen kan worden gesteld dat een sportmakelaar een tussenpersoon betreft die optreedt tussen de sporter enerzijds en de derde zoals een sportclub, sponsor of een federatie anderzijds. Alhoewel deze taak de belangrijkste en hoofdactiviteit van de makelaar betreft, bieden sommige makelaars ook bijkomende diensten aan.

Een makelaar kan met andere woorden een grote invloed uitoefenen. Dit betekent dat het als sporter of sportclub erg belangrijk is om nauwkeurig na te gaan of een makelaar noodzakelijk is, met welke makelaar U samenwerkt en welke taken U wilt toevertrouwen aan de makelaar. Wat dit laatste betreft kan het aangewezen zijn, gelet op het mogelijk belangenconflict en om een extra controlefunctie te creëren, om een derde aan te duiden voor de financiële en juridische begeleiding. Waar een makelaar van groot belang kan zijn, lopen de belangen tussen de makelaar en de sporter niet altijd 100% gelijk.

Sportmakelaars werken doorgaans met een commissie die wordt berekend als een percentage van de transfersom, de onderhandelde vergoedingen of het loon. De bijkomende diensten die worden verleend door de makelaar worden ofwel verrekend binnen deze commissie ofwel bekostigd door een bijkomende vergoeding.

Dat de impact van sportmakelaars en hun vergoedingen niet te onderschatten valt blijkt niet in het minst uit de omzetten die in deze sector worden gehaald. Forbes berekende dat de 40 grootste ondernemingen in deze sector in 2016 een som van 2,1 miljard dollar aan commissies ontvingen. In België ontvingen de voetbalmakelaars voor het seizoen 2015-2016 volgens de Koninklijke Belgische Voetbalbond exact 22.380.807,12 euro aan commissies.

Vanuit deze optiek is het belangrijk om als sporter of sportclub op de hoogte te zijn van de rechten en verplichtingen die U dienaangaande hebt.

 

De rechten en verplichtingen van de sporter en de sportmakelaar

De bemiddelingsactiviteiten van de makelaar, zijnde het onderhandelen bij transfers en het zoeken van een club dan wel speler, vallen integraal onder de definitie van de private arbeidsbemiddeling zoals opgenomen in artikel 1 van het Decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling. Het desbetreffend decreet betreffende de private arbeidsbemiddeling dient  nageleefd te worden en regelt een aantal belangrijke rechten en verplichtingen.

Het Decreet is van toepassing van zodra er activiteiten van arbeidsbemiddeling worden uitgevoerd in het Vlaamse Gewest, ongeacht waar het arbeidsbemiddelingsbureau – oftewel de sportmakelaar – gevestigd is. Het arbeidsbemiddelingsbureau – de sportmakelaar – moet volgens het Vlaams Decreet niet erkend zijn (dit kan evenwel vereist worden door de sportfederatie in kwestie). Er moet niettemin voldaan worden aan artikel 5 van het decreet die een lijst van voorwaarden voor het arbeidsbemiddelingsbureau opstelt. De sociale en fiscale verplichtingen moeten worden opgevolgd (art.5, 4°), de zaakvoerders mogen niet eerder veroordeeld zijn wegens financiële misdrijven (art. 5, 3°), de werknemer (sporter) dient objectief en respectvol behandeld te worden (art. 5,7°), etc.

In principe mag het arbeidsbemiddelingsbureau geen vergoeding vragen van de werknemer .Voor sporters is hierbij een uitzondering voorzien waardoor makelaars ook van de sportbeoefenaar een vergoeding mag vragen. In het licht hiervan heeft de decreetgever een aantal belangrijke bijkomende verplichtingen voor de makelaar opgenomen.

Zo wordt de berekening van het commissieloon voor de bemiddeling van de betaalde sportbeoefenaar vastgelegd. Het commissieloon wordt berekend op het voorziene totale brutojaarinkomen van de betaalde sportbeoefenaar voor de totale duur van het contract.

De makelaar kan – volgens art.8 van het decreet – slechts een vergoeding eisen – en dit op straffe van een gevangenisstraf en/of geldboete – in de volgende gevallen:

  • Het commissieloon wordt vooraf vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen het bureau en de opdrachtgever. Als de private arbeidsbemiddeling wordt aangeboden samen met andere diensten, wordt het commissieloon voor de verschillende diensten afzonderlijk vastgelegd;
  • De werknemer stemt uitdrukkelijk en voorafgaandelijk in met het commissieloon;
  • Alle partijen beschikken over een origineel exemplaar van deze overeenkomst.

De belangrijkste rechten van de sporter kunnen echter worden teruggevonden in artikel 5,16° en art. 5.20° van het Decreet.

Volgens art.5,16° is er een verbod op exclusiviteit, hetgeen betekent dat de makelaar niet contractueel kan vastleggen dat de sporter ook op hem beroep zal doen bij een volgende bemiddeling.

Art. 5.20° stelt dat de makelaar geen vergoeding kan eisen als de sporter de bemiddeling of de samenwerking vroegtijdig wenst te beëindigen of niet wenst in te gaan op een voorstel van de makelaar.

Dit betekent concreet dat de sporter op elk ogenblik zijn contract met de sportmakelaar kan beëindigen. Hierbij dient evenwel te worden opgemerkt dat de makelaar met de sporter ook een overeenkomst kan hebben gesloten over andere diensten die niet onder het Decreet private arbeidsbemiddeling vallen.

 

De regelgeving van de sportfederaties

Alhoewel de nationale wetgeving (bv. wetten en decreten) prioritair is dienen ook de reglementen van nationale en internationale sportfederaties met betrekking tot makelaars te worden nagegaan .

Zo dienen makelaars die binnen het professioneel wielrennen wensen op te treden een door het UCI georganiseerd examen af te leggen. Na het slagen worden zij erkend door het UCI als UCI Riders’ Agent. De reglementering van de UCI – de Riders’ Agent Regulations – bepaalt op haar beurt in art.2 dat renners bij hun onderhandelingen met World Tour ploegen, professionele continentale ploegen of met wedstrijdorganisatoren enkel mogen worden bijgestaan door een erkende Riders’ Agent. De UCI voorziet evenwel een uitzondering voor advocaten.

De UCI voorziet in haar regelgeving bovendien een modelcontract waarbij er – ons inziens ongelukkig – uitsluitend een vergoeding wordt voorzien die een percentage bedraagt van het loon van de renner. Dit betekent dat de Riders’ Agents, ook indien zij enkel aanwezig waren bij de contractbesprekingen, vaak nog aanspraak kunnen maken op relatief hoge vergoedingen. Alhoewel Riders’ Agents vaak erg nuttig zijn, kan het vanuit deze optiek aan te raden zijn om in bepaalde gevallen enkel beroep te doen op een advocaat waarmee een eenmalige vergoeding kan worden afgesproken.

De FIFA op haar beurt schafte op 1 april 2015 het systeem van makelaarslicenties in het voetbal af. Op heden wordt er gewerkt met een systeem van registraties waarbij ook de transfers nauwkeurig dienen te worden geregistreerd.

Op de websites van de diverse sportfederaties kan meer informatie omtrent de specifieke regelgeving van de sportmakelaar worden teruggevonden.

 

Meer vragen of wenst U advies of bijstand van een advocaat? Aarzel niet om ons te raadplegen per telefoon (09/334.94.70), per e-mail (sport@everest-law.be) of via het contactformulier.

 

 


De sporter en zijn portretrechten

Het gebruik van het recht op afbeelding, ook wel portretrechten genoemd, is voor mening professioneel sporter een belangrijke inkomstenbron geworden.

Elke sporter, zoals elke persoon, heeft het recht op zijn afbeelding. Bij misbruik van dit recht op diens afbeelding kan de sporter zich hiertegen dan ook verzetten. Dit recht voert vlooit uit artikel 10 van de Auteurswet en de regelgeving ter bescherming van het privéleven.

Dit betekent meteen ook dat sporters hun recht op afbeelding ten gelde kunnen maken. Zo kunnen sporters in ruil voor een bepaalde som toestemming aan een derde geven om hun afbeelding te gebruiken. Dit gebeurt veelal in het kader van een sponsorovereenkomst waarbij de sporter wordt gebruikt om een bepaald product of een dienst te promoten.

Ook sportclubs en sportfederaties hebben hiervan de voordelen ingezien.  Zij laten hun sporters in bepaalde gevallen gedeeltelijk afstand doen van de eigen rechten op de afbeelding. Op deze manier kunnen zij hun publicitaire inkomsten verhogen.

Toch zijn de portretrechten van de sporter niet onbeperkt. Indien er slechts voor informatieve doeleinden van gebruik wordt gemaakt , dan kan de sporter zich hiertegen niet verzetten. Dit geldt des te meer voor meer bekende en maatschappelijk relevante sporters. Hierbij kan worden gedacht aan het publiceren van een foto in een krant of een videomontage in een nieuwsbericht. Wordt de afbeelding gebruikt voor commerciële doeleinden dan kan men zich hiertegen uiteraard verzetten en desgevallend zelfs een schadevergoeding eisen.

Zoals het zich laat raden leidt de discussie of de afbeelding voor commerciële dan wel voor informatieve doeleinden gebruikt werd regelmatig tot gerechtelijke procedures.

Zo spande Kim Clijsters een gerechtelijke procedure aan tegen het weekblad ACE. Dit weekblad had twee nummers uitgebracht naar aanleiding van de tennistornooien van Roland Garros en de US Open van 2003 en had hierbij foto’s van Kim Clijsters gebruikt.  Kim Clijsters wendde zich tot de rechtbank van eerste aanleg te Gent en eiste een schadevergoeding van de uitgever. De rechter oordeelde echter dat er moest geacht worden dat Clijsters toestemming had gegeven voor het nemen en het commercialiseren van de foto.

Het Hof van Beroep daarentegen hervormde dit vonnis en oordeelde dat het weekblad geen informatieve maar een commerciële functie had. Dat deze foto’s gebruikt konden worden voor de berichtgeving aangaande deze evenementen had niet tot gevolg dat deze foto’s konden gecommercialiseerd worden. Het Hof stelde Kim Clijsters in het gelijk en veroordeelde de uitgever tot een schadevergoeding van 10% van de omzet. De schadevergoeding werd uiteindelijk begroot op de luttele som van 790 EUR (J. DEENE, “Hof van Beroep geeft Clijsters haar portretrecht terug”, Juristenkrant 11 juni 2008, p. 171.)

Vragen omtrent uw portretrechten? Contacteer ons via het contactformulier of via sport@everest-law.be.


Een transfer zonder transfervergoeding?

In België vallen sporters wat betreft hun statuut ofwel onder de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars ofwel onder het decreet van 24 juli 1996 tot vaststelling van het statuut van de niet-betaalde sportbeoefenaar.

Het criterium op basis waarvan het toepassingsgebied wordt bepaald is het loon die de sporter ontvangt. Deze loongrens voor sporters van binnen de Europese Economische Ruimte wordt jaarlijks bij koninklijk besluit vastgesteld voor de periode van 1 juli tot en met 30 juni. Voor de periode 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018 bedraagt deze loongrens – ongeacht of het gaat over deeltijdse of voltijdse arbeid – 10.200,00 EUR. Onder loon wordt onder meer het vast loon, de wedstrijdpremies, de winstpremies, het tekengeld, de huisvesting en het gebruik van een wagen of gsm gerekend.

Verdient de sporter meer dan 10.200,00 EUR / jaar, dan is de wet van 24 februari 1978 van toepassing. Valt de sporter onder deze loongrens dan betreft het een niet-professionele sportbeoefenaar die onder het voormeld decreet van 24 juli 1996 valt. Er bestaan evenwel uitzonderingen voor sporters die onder de loongrens vallen maar toch gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst. Dit laatste is een gevolg van een uitspraak van het Grondwettelijk Hof.

De niet-professionele sportbeoefenaar heeft krachtens artikel 3.1 van het decreet het recht om zijn overeenkomst tussen hem en zijn sportvereniging jaarlijks te beëindigen. Deze beëindiging dient evenwel te gebeuren middels een aangetekende brief en in principe tussen 1 juni en 30 juni. Deze periode – die altijd één maand moet bedragen – kan voor sportverenigingen evenwel gewijzigd worden na goedkeuring van de Vlaamse regering.

Dergelijke beëindiging betekent dat de sporter vrij naar een andere sportvereniging – zelfs als professioneel sportbeoefenaar – mag overgaan. Er zijn hiertegen geen verzetsmogelijkheden.

Artikel 3§2 van het decreet is in het geval van een regelmatige beëindiging van een overeenkomst tussen een amateursporter en zijn sportvereniging duidelijk. De betaling van enige vergoeding naar aanleiding van een overgang is verboden.

Hierbij dient opgemerkt te worden dat een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars maar ten vroegste geldig kan worden afgesloten vanaf het einde van de voltijdse leerplicht. Deze minimumleeftijd werd in het voetbal, basketbal, volleybal en wielrennen bovendien opgetrokken tot 16 jaar voor een deeltijdse arbeidsovereenkomst en tot 18 jaar voor een voltijdse arbeidsovereenkomst. Onder deze leeftijd valt men dan ook per definitie onder het decreet van 24 juli 1996.

Concluderend kan worden gesteld dat iedere amateursporter en iedere jonge sporter die het einde van de voltijdse leerplicht nog niet bereikt heeft elk jaar mits een geldige beëindiging vrij en kosteloos van sportclub kan veranderen.

Elke bepaling in een reglement in strijd met het decreet van 24 juli 1996 en die de rechten van de niet-professionele sportbeoefenaar verzwaart is nietig.

In bepaalde gevallen kan er niettemin voor jonge sporters een opleidingsvergoeding verschuldigd zijn. Daarnaast wordt soms gebruik gemaakt van de in de sportwereld discutabele figuur van de sterkmaking. Hierbij verbinden de ouders zich tot het betalen van een bepaald bedrag (schadevergoeding) aan de sportclub indien hun kind bij het einde van de leerplicht of bij het bereiken van de meerderjarigheid geen nieuw contract ondertekent bij diezelfde sportclub.

Vragen hieromtrent? Aarzel niet om ons te contacteren via het contactformulier of via sport@everest-law.be.


Het WADA en de WADA-Code

De ‘dopingproblematiek’ lijkt de laatste tijd wel uit zijn voegen te barsten. Dit heeft voornamelijk te maken met de openbaring van de georganiseerde dopingpraktijken in Rusland. Nochtans beheerst het fenomeen de sportwereld reeds geruime tijd. Alhoewel het gebruik van planten en medicijnen niet verboden was in de Oudheid luidt het dat de Grieken al tijdens de Oude Spelen gebruik zouden hebben gemaakt van planten en paddenstoelen om hun prestaties te verbeteren. Het was tijdens één van de eerste Moderne Spelen, meer bepaald in 1904 in St. Louis, dat er voor het eerst dopinggebruik werd geregistreerd. Hierbij werd gebruik gemaakt van een combinatie van strychnine met cognac.

De WADA-code, waarvan de eerste versie op 1 januari 2004 in werking trad, wordt beschouwd als het belangrijkste wapen in de strijd tegen deze dopingpraktijken. De WADA-code werd ontwikkeld en wordt gemonitord door het Wereld Anti-Doping Agentschap (“WADA”). Het WADA, dat werd opgericht middels de ‘Verklaring van Lausanne’, tracht een wereldwijde samenwerking te organiseren tussen de verschillende internationale sportfederaties, het IOC en de publieke overheden in de strijd tegen doping.

Door het afsluiten van de “Internationale Conventie tegen Doping in de Sport”  binnen het kader van UNESCO slaagde het WADA er in om de WADA-code – als een vorm van zacht internationaal recht – over alle aangesloten landen heen afdwingbaar te maken

Gelet op de snelle ontwikkelingen binnen het dopinglandschap en de hieraan gekoppelde nood aan een geïntensiveerde samenwerking werd op 15 november 2013 in Johannesburg de derde en meest recente WADA-Code goedgekeurd. De nieuwe Code trad in werking op 1 januari 2015 en er worden sinds een aantal maanden met regelmaat beslissingen op basis van deze nieuwe Code genomen.

Het WADA heeft de wijzigingen in de nieuwe Code 2015 ondergebracht in zeven themata, namelijk (1) langere periodes van uitsluiting, doch met meer flexibiliteit; (2) meer respect voor de mensenrechten en het proportionaliteitsbeginsel; (3) meer aandacht voor onderzoek en inlichtingenverzameling; (4) een grotere focus op het begeleidend team van de atleet; (5) het versterken van de dopingtests en het analyseproces; (6) een duidelijker evenwicht en meer samenwerking tussen de sportfederaties en de antidopingorganisaties en een (7) duidelijkere en kortere Code.

De WADA-code zou volgens Minister van Sport Muyters door de wijziging “strenger, slimmer en klantvriendelijker” moeten worden.  Uit de praktijk blijkt evenwel dat dit enigszins genuanceerd dient te worden.

In een volgend blogbericht zal dieper worden ingegaan op een aantal van de meest opvallende wijzigingen en de effecten ervan op de rechtspraak.

Klik hier voor meer informatie omtrent doping.

 


Page 5 of 5First...345